Bredius, Abraham [Oth.]
Künstlerinventare: Urkunden zur Geschichte der holländischen Kunst des XVIten, XVIIten und XVIIIten Jahrhunderts (Band 1) — Haag, 1915

Page: 112
DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bredius1915bd1/0126
License: Creative Commons - Attribution - ShareAlike Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
INVENTÄR DES MÄLERS JACOB MÄRRELL. i)

Den besten Aufsclilnss über den Blumenmaler Jacob
Marrell, der längere Zeit in Utrecbt ansässig war, giebt
das Bucb von Friedricb Grwinner: Kunst und Künstler
in Frankfurt am Main (1862).

Das Inventar des Hausrates wurde anlässlicb des am
26. Oktober 1649 erfolgten Todes' von des Malers Clattin,
Catbarina Eliot, aufgenommen.

Inventaris ofte boedelcedulle doen maken bij S r Jacob Marrell,
schilder, weduwnaer en boedelhouder van zal. Catharina Eliot
van den standt des boedels sulks die geiveest is op date van
desselfs overlijden 26 Oktober 1649.

In den eersten, dat er tusschen de echtgenooten geen houwelyckse
voorwaarden (Heiratskontrakt) bestaan.

Zunäcbst Kleider, Überkleider und Linnenzeug.

Cleynodien van de overledene die gemeen (gemeinsames Eigen-
tum) syn:

Een hoepring (Reifring) met vijff diamanten . . f 90.—-

Een roosring met seven diamanten.„ 40.—

Een diamantring.„ 12.—

Drie hoepringen.„ 14.—

Een wapenringh (Siegelring) .„ 12.—-

Een turkooi's ringh.„ 4.—

Een roos diamantringh.„ 36.—

Een topaes ringh.. . . . „ 2.—

Een cleyn diamant rinxken.„ 8.—

1) Das Inventar ist auszngsweise veröffentlicht dnrch. A. C. de Kruyff
in Oud Holland 1892 X. S. 57 ff.
loading ...