Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 1.1899-1900

Page: 42
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1899_1900/0050
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
42

geheel. Maar bovendien, het gelaat van den prins dat den schilder »blijkbaar
veel moeite heeft gekost, zonder dat hij er in geslaagd is iets dragelijks
tot stand te brengen« is totaliter geruineerd en overschilderd! De
oorspronkelijke artist is voor hetgeen er thans van te zien is, in geenen
deele verantwoordelijk te stellen. Dit gaat zoover, dat wij ons zelfs
niet zoo geheel en al zeker voelen of Frederik Hendrik wel van den
aanvang af de voorgestelde persoon is geweest en of er niet eerst een
ander veldheer, b.v. Willem III, gestaan heeft.

Over het algemeen is het geheele stuk zoo door onhandige
retouches bedorven, dat het een weinig verkwikkelijken aanblik oplevert
en het in mijne oogen verre de grens van goede conservatie overschrijdt,
die men aan schilderijen die den aankoop voor 's Rijksmuseum waardig
geacht worden, behoorde te stellen.

den Haag, Oktober 1899.

CORN. HOFSTEDE DE GROOT.

Dat het Bulletin zijne kolommen openstelt voor polemiek is,
hoewel in mijn oog minder gewenscht, bezwaarlijk te ontgaan; maar is
die toegelaten, dan dient die in een toon te worden gevoerd, die de
perken der wellevendheid niet overschrijdt.

Die door den heer Hofstede de Groot gevoerd is onwelwillend
om geen krasser uitdrukking te bezigen, en daaróm voor ons orgaan on-
gewenscht, weshalve ik op zijne critjek, voorshands althans, het zwijgen
doe en mij er toe beperk hem er op te wijzen, dat, indien hij discussie
van eenig onderwerp wil uitlokken door critiek te maken, hij dit doe
op eene wijze, die het mogelijk maakt hem te antwoorden zooals het
onder vakgenooten betaamt, dus zonder in den onaangenamen toon
te vervallen die genoemden heer eigen schijnt te zijn geworden.

B. W. F. VAN RIEMSDIJK.

De redactie was van oordeel dat het schrijven van den heer
Hofstede de Groot niet de perken der wellevendheid overschrijdt, en
vond geen reden het niet te plaatsen. Red.

GRONINGEN.

In de maand Augustus zijn te Faan, gem. Oldekerk, op pl. m. 3 uur
afstand ten W. van Groningen onder een kleine terp, welke boven op
de veenlaag was gebouwd, drie merkwaardige graven gevonden. Die
graven hadden den vorm van ongeveer een ouderwetsche platte bour-
loading ...