Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 1.1899-1900

Page: 70
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1899_1900/0078
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
te denken. In deze richting streefde onze artiest zelfs veel minder dan
menigeen van zijn tijdgenooten die lang niet op zijn hoogte stond.
(Ik herinner aan de grafbeelden van Jean de Dormans en Renaud de
Dormans, in het Louvre, aan Haymon, comte de Corbeil, te Corbeil.)

Alles in het werk van Scerpswert wijst op een periode die
bijna voorbij is, niet op een toekomst.

Scerpswert heeft niets van den voorlooper dien ik eerst in hem
meende te zien. Hoe gaarne ik ook, met den heer Kalf, in den buste
welke ons bezig houdt de belofte zou willen zien van onze zoo realis-
tische en tevens zoo picturale noord-nederlandsche beeldhouwkunst, de
stelling is m. i. niet vol te houden. Scerpswert is getrouw gebleven
aan de traditiën van de dertiende eeuw, welke traditiën hij met frisch-
heid heeft weten te bewaren en in zoover staat hij gelijk met de aller-
besten van zijn tijdgenooten, wier werken, gelijk gezegd, te Parijs, te
St. Denis, te Amiens nog zijn te vinden. Zonder dat hij peuterig in
bijzonderheden afdaalt, is toch niets in zijn kop losgelaten.

Wie in dat werk de aesthetiek der groote 15e eeuwers ziet, aan
wier spits de van Eycken staan, laat Scerpswert overspringen de zoo
belangrijke, de zoo noodzakelijke tusschenperiode van eerste pogen en
tasten die gedurende de tweede helft der i4e eeuw en de eerste helft
der 15e eeuw zich ontwikkelt.

A. Pit.

Mauritshuis.

Door den graaf en de gravin van Lvnden te Lisse is eene
belangrijke collectie van 21 schilderijen aan het Mauritshuis in bruikleen
gegeven, waaronder stukken van Frans Hals, J. B. en J. Weenix, E. van
der Poel, C. Pz. Berehem, P. Pz. Potter e. a. Kene uitvoerige behan-
deling van dezen aanwinst werd ons voor het volgend nummer toe-
gezegd.

Rijks Ethnographisch museum te Leiden.

Verslag van den Directeur over het tijdvak van 1 Januari 1897
tot 30 September 1898.

De met vette letters gedrukte woorden: »met 44 illustraties*
op het titelblad, verheugden ons. De directeur wist hierdoor den meestal
wat drogen jaarverslagen kleur bij te zetten. Moge zijn voorbeeld navolging
vinden. Zijn methode de aanwinsten in rubrieken te verdeelen, waardoor
elk verslag als het ware een klein beeld geeft van de verzamelingen en
loading ...