Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 1.1899-1900

Page: 75
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1899_1900/0083
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
75

Wel is de belangstelling nog pas aan het opkomen en beperkt
deze zich nog bij velen tot de algemeen erkende geniaalste scheppingen,
terwijl nog slechts enkelen ook de eenvoudige en toch zoo sierlijke
burgergevels naar waarde weten te schatten, doch er zijn toch reeds
hier en daar verspreide teekenen van een meer algemeene belangstelling,
een meer algemeen waardeeren.

Deels zijn de gebouwen in gunstiger conditie dan de antiquiteiten
daar zij minder voor transport vatbaar zijn en niet blootstaan aan
allerlei toevalligheden, die het verlies van kleinere zaken kunnen veroor-
zaken, doch deels is de conditie ook ongunstiger, daar hier meer dan
elders de praktische eischen van den dag hun invloed hebben doen
gevoelen en menige gevel verdween of geheel werd verknoeid om meer
etalageruimte te winnen of het pand door moderner inrichting voor
den eigenaar meer winstgevend te maken. Ook heeft hier meer dan bij
losse voorwerpen het gebrek aan waardeering en de volslagen onkunde
van den met het onderhoud belasten gedegenereerden naneef van den
oorspronkelijken ontwerper veel verknoeid of zoogenaamd gemoderniseerd,
waardoor het cachet van het geheel totaal is verloren gegaan. Ten slotte
dreef de winzucht van den architekt niet zelden tot afbraak, daar het
ontwerpen van een nieuwen gevel hem meer voordeel beloofde dan het
herstellen van den ouden.

De bouwmeesters zagen niet in, dat met elk verdwenen pronk-
geveltje ook een gedeelte verdween van de tot allen sprekende geschie-
denis van hun eigen kunst en dat juist zij, die het eerst geroepen waren
het behoud te verdedigen, zich hiermede dubbel een rechtvaardig verwijt
hebben op den hals gehaald.

Met te meer genoegen mogen wij dus constateeren wanneer
onder de bouwmeesters zelf zich een beteren geest baan breekt, zij
toch kunnen het meest doen tot behoud van de goede bouwwerken en
met hun medewerking mogen wij hopen op betere tijden, al zijn wij
nog verre van den toestand in België, waar honderdduizenden hiervoor
worden besteed, terwijl bij ons nog voor eenige maanden eene subsidie
van slechts vier honderd gulden voor het restaureeren van een der
interessantste geveltjes te Dordrecht (Nieuwstraat 33) door den minister
moest geweigerd worden. Wel erkende de minister de waarde van het
streven en betuigde hij hiermede zijn volle sympathie, doch het antwoord
moest tot zijn eigen leedwezen afwijzend zijn, daar de geringe som
hiervoor op de begrooting uitgetrokken bij de beraadslaging in 1898
bij amendement van een der kamerleden tot de helft was teruggebracht.

Onder de belangrijkste teekenen ten goéde vallen de reeds hier
en daar ondernomen restauraties van particuliere gebouwen en de pogingen
tot bijeenbrengen van gegevens door enkele vereenigingen als de Mij.
voor bouwkunst, het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap, de Ver.
loading ...