Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 1.1899-1900

Page: 120
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1899_1900/0130
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
I 20

dit beeld dat wij in geen ander land vinden; in dit werk is heelemaal
niets van het cosmopolitisehe te vinden dat zelfs bij de besten der
tijdgenooten ontgoochelend werkt.

Om de kunst van de Keijser te karakteriseeren,wil ik de uitdrukkelijk
«eenvoudig burgerlijk« gebruiken, zonder daaraan iets verkleineerends te
hechten. Bij een onlangs gebracht bezoek aan de graftombe te Delft,
viel het mij weer op hoe weinig «monumentaak de beelden hier eigenlijk
zijn. Het is mogelijk dat zij meer dan levensgroot zijn, maar door de
portret-getrouwe behandeling krijgt men in elk geval den indruk wezens
met normale proportiën voor zich te zien. Zelfs de vier allegorische
hoekfiguren hebben daardoor iets gemeenzaams behouden.

Deze eigenschap zet de Keyser apart in zijn tijd.

Ontegenzeglijk vinden wij in hem weer de gezonde tradities terug
welke wij zoo bewonderen in de weinige overblijfselen van de Noord-
Nederlandsche vijftiende-eeuwsche houtsculpture. Hetzelfde gevoel voor
schilderachtige verdeeling van licht en donker, maar hier vermeerderd
met een vaster begrip van wat de plastiek toekomt.

A. Pit.

Mauritshuis.

Door Graaf van Lijnden te Lisse werd in November 1899 aan
het Mauritshuis in bruikleen afgestaan eene belangrijke collectie van 21
schilderijen. Deze collectie, waarvan reeds enkele stukken verkocht zijn,
behoorde indertijd tot het kabinet, dat hier ter stede werd bijeenge-
bracnt door wijlen jhr. Steengracht, tijdens deze directeur van het
Mauritshuis was. Na den dood van dezen kunstvriend, die in zijn tijd
bekend stond als een groot kenner van onze oude kunst, werd zijne
collectie gesplitst. Het tegenwoordig kabinet-Steengracht vormt daarvan
het grootste gedeelte. Een kleiner gedeelte kwam aan zijne dochter,
mevrouw van Pallandt. Tot aan haren dood, nu eenige maanden geleden,
bleven de schilderijen in hare woning, het bekende met klimop be-
groeide huis aan den Vijverberg, niet ver van het museum-Steengracht.
Zij werden geërfd door den inbruikleengever, den schoonzoon van mevrouw
van Palland-Steengracht, graaf van Lijnden, die eenige dagen geleden,
na eene langdurige ziekte het tijdige met het eeuwige verwisselde.

De meeste der schilderijen werden geëxposeerd op de tentoon-
stelling van oude meesters te 's Gravenhage gehouden ten behoeve
der \vatersnoodlijdenden in 1881.

De parel der collectie is zeker wel een klein eikenhouten
paneeltje van Frans Hals (de afmetingen bedragen slechts 0.4.72 bij
0.343). 't Is een meesterlijk in elkaar gesmeerd portret van een wel-
gedaan magistraat in zwart gewaad, met platten witten kraag.
loading ...