Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 1.1899-1900

Page: 132
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1899_1900/0142
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
132

het zeldzame profiel van Leiden door Pieter Bast van 1601 en het
fraaie profiel in vier bladen, in 1647 uitgegeven door Jacobus Savry.

Van de teekeningen leverden de gebroeders La Fargue natuurlijk
het leeuwendeel, maar ook uit vroeger eeuwen waren er vele en daarbij
fraaie kunstwerken, o.a. van Esaias van de Velde, Jan van Beerstraten,
Jan van Goyen, Jan Esselens, Vincent Laurenz. van de Vinne en vooral
van Roeland Roghman.

Een catalogus ontbrak helaas, maar wel werd dit gemis eenigzins
vergoed door de uitgave van een nutslezing die de heer Dozy naar
aanleiding van de tentoonstelling gehouden heeft.

Amsterdam. E. W. Moes.

Boekbeoordeeling en Aankondiging.

Jaarverslag van het Kon. Oudheidk. Genootschap.

In het kort geleden verschenen jaarverslag wordt uitvoerig het
belangrijke legaat D. Franken Dzn. beschreven. 45 voorwerpen, kasten,
ceramiek, glas- en zilverwerk, 49 numero's prenten en eene uitgebreide
verzameling boekwerken. Bij het verslag is eene korte levensbeschrijving-
van den schenker gevoegd met portret.

Die Haghe. Bijdragen en mededeelingen.

Het bekende jaarboekje, waarvan de redactie is overgenomen
door den heer Th. Morren, heeft gebroken met de traditie van tevens
als almanak dienst te willen doen. Kalender en lijst van meer en min
gewichtige mededeelingen zijn naar den afzonderlijk verschenen almanak
verhuisd, een voorbeeld, dat wij ook andere uitgevers van jaarboekjes
in overweging geven ter navolging.

Behalve verschillende bijdragen over zuiver historische onder-
werpen, bevatten de bijdragen o. a. «Zinnebeeldige voorstelling op
Vredes-penningen« van Dr. H. J. de Dompierre de Chaufepié, «Haagsche
Gebouwen« van W. Meyer en een uitvoerig artikel van C. G. Peters
«De Groote of St. Jacobskerk«, met verschillende illustraties.

Na eene wel wat eentonige bronnenbeschrijving, beschouwt de
schrijver uitvoerig de kerk als bouwwerk, waarbij hij wijst op het afwij-
kende dwars-beukige type, waarbij na den brand van 1539 goed is
partij getrokken van de voordeden der houten overwelving, waardoor
loading ...