Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 1.1899-1900

Page: 166
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1899_1900/0177
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
ióó

en scherven de vervaardiging van den put, waarin ze moeten zijn geraakt,
toen hij nog dienst deed, ongeveer in de 15e eeuw.

Het eigenaardige van de zaak is, dat men, nog zoo laat, in een
stad regenputten vindt, die geheel overeenkomen met het Romeinsche
type, zooals er b.v. in 1893 een is ontgraven in de groote Romeinsche
nederzetting bij Vechten, in de provincie Utrecht. De bewoners van
de terpen hebben deze wijze van putten maken van de Romeinen geleerd,
en thans zien wij omstreeks de 1 se eeuw de oude traditie nog bewaard.

Voor het overige volgt uit bovenbedoeld onderzoek geenszins
dat men in de fundamenten van huizen te dezer stede geen vóórmiddel-
eeuwsche voorwerpen zal aantreffen. Onder andere werd in de Koningstraat
een prachtige Merovingische gordelversiering van a jour bewerkt brons
gevonden, thans in het Friesch Museum, en de fundamenten van het
Volksgebouw aan de Nieüweburen leverden een kleine bronzen munt
van Keizer Tiberius (1437 n. C.,) waarschijnlijk het oudste bewijs van
de bewoning van Leeuwarden, vooral omdat deze munt, blijkens de uit-
muntende conservatie betrekkelijk kort gecirculeerd heeft.

Leeuw. Crt.

Boekbeoordeeling en Aankondiging.

Victor van der Haeghen. Mémoire sur des documents faux relatifs
aux anciens peintres, sculpteurs et graveurs flamands. Bruxélles,
Hayez, 1899 8°.

De kunstgeschiedenis is behalve op de nagelaten kunstwerken
grootendeels gebaseerd op gedurende deze eeuw gepubliceerd actenma-
teriaal. Daaraan moeten dan de vele verhalen van vroegere schrijvers
getoetst worden, en waar botsing is, geeft het actenmateriaal als van
zelf spreekt den doorslag.

Nu was Gent bijzonder ruim bedeeld met zulke door ijverige
navorschers uit het stof der archieven opgedoken bescheiden, tot op
eens een consciëntieus onderzoek van den Gentschen archivaris van der
Haeghen een geweldigen schok geeft aan het getimmerte, waarvan de
lijnen zich aan het oog zoo fraai en zoo volkomen voordeden.

De Gentsche verzamelaar J. B. Delbecq was in het begin dezer
eeuw in het bezit van een <Handboeck van het ambacht der vryen
schilders van de stad Gent van 1339 tot 1713 .. Het werd in 1843 het
eigendom van de stad Gent en trok natuurlijk de aandacht van de
loading ...