Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 1.1899-1900

Page: 222
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1899_1900/0234
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
222

Volgens eene mededeeling van den Opzichter H. de Jonge, heeft
men in dit voorjaar een dergelijk — misschien hetzelfde — pad ontdekt
in het Emmer-Erf scheidenveen.

Wellicht kan een volgend voorjaar ook daar een onderzoek worden
ingesteld.

Hoogeveen, 9 Juni 1900. G. J. Landweer jz.

Heinrich Weizsacker, Catalog der Gemalde-Gallerie des Stadelschen
Kunstinstituts in Frankfurt a. M. Frankfurt a. M. 1900. 8°.

Iedere nieuwe zorgvuldig bewerkte catalogus van een museum
van oude schilderijen is den beoefenaars van de kunstgeschiedenis na-
tuurlijk welkom, maar in hooge mate is dit het geval met den pas verschenen
«Catalog der Gemalde-Gallerie des Stadelschen Kunstinstituts;.. want
ten eerste bestond van die uitgelezen verzameling, waar vooral ook
onze Hollandsche school zoo glansrijk vertegenwoordigd is, nog geen
catalogus, die aan wetenschappelijke eischen kou voldoen, en dan is de
wijze waarop de directeur, Dr. Henrich Weizsacker, zich van zijn taak
gekweten heeft, een voortreffelijke.

Men zou zelfs geneigd kunnen zijn, te vragen, of hij in de
bewerking van zijn catalogus niet te uitvoerig geweest is; of de conscientieu.se
beschrijving der schilderijen niet het kader van een catalogus te buiten
gaat, en of de rekenschap die hij bij verschillende nummers aflegt omtrent
de toeschrijving en die hier en daar het karakter van een kunsthistorische
excursie heeft aangenomen, niet meer in een tijdschrift thuis behoort.

Een van de voornaamste en tevens aantrekkelijkste opgaven van
den samensteller van een catalogus is het zeker, de geschiedenis van
iedere schilderij na te gaan. Bij die van het veestuk van Nicolaes Rerchem
kan ik een kleine bijzonderheid voegen, die de geschiedenis van deze
schilderij (verworven in 1617 met de geheele collectie van Dr. Grambs)
wel slechts twee jaren vroeger opvoert, maar dit toevallig in verbinding
met een beroemden naam. Sulpiz Boisserèe teekende nl. 9 Sept. 1815
in zijn dagboek aan: «Samstag den 9. habe ich Goethe morgens bei Dr.
Grambs gefunden, mit (.'. Schlosser. Er weist mich auf ein Viehstück
von Berghem, das flair nicht getallen will.«

Hij Jan Steen's Moses slaat water uit de rots wordt bij de ver-

en
loading ...