Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 6.1905

Page: 29
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1905/0039
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
29

en van moederszijde : Torck, Heyden. Frijdach en Lintelo. Het begrafenis-
boek deelt niet anders mede dan dat graf No. 116 in het Zuiderpand op
bet koor in 1736 toekwam aan de Wed. Isacq Brouwer en in 1765 aan
bopman Hendrik Brouwer.

Hiermede eindigen wij ons onderzoek aangaande dit historisch monument
en hetgeen hiermede in verband staat, wijl wij twijfelen nog meer te
kunnen ontdekken. Anderen, die meer in de gelegenheid zijn oude be-
scheiden te raadplegen en daartoe meer vrijen tijd hebben dan wij, zijn
daartoe beter in staat en willen wellicht mijn arbeid voortzetten. Zeer
zouden wij ons verheugen, wanneer de naam van den kunstenaar, die de
tombe vervaardigde werd ontdekt, en uit de rekeningen van dit monument
meerdere bizonderheden bekend werden. Wij vleien ons intusschen vol-
doende gegevens te hebben bijeengebracht om tot eene restauratie der
graftombe, die zij zoo hoog noodig heeft, te kunnen overgaan. Moge die
nu niet lang meer op zich laten wachten !

H. PoRTHEINE Jr.

Architekt der Ned. Herv. Gemeente.

Arnhem. 23 Oct. 1904.

Gevel aan de Choorstraat No. 54 te Delft.

Door den gemeenteraad is de voor de restauratie van dezen gevel
gevraagde subsidie van ƒ150 verleend, waardoor de instandhouding van
dit interessant geveltje, waarvan eene afbeelding werd opgenomen in het
Bouwk. Weekblad van 29 Oct. 11., is verzekerd. In dit blad van 26 Xov.
vinden wij, en terecht, op het belang dezer beslissing gewezen. Niet geheel
juist is echter de bijvoeging, dat hierdoor »het beginsel is uitgemaakt, dat
het in het belang der gemeente moet worden geacht om in alle gevallen,
dat eigenaars van burgerwoonhuizen, die een historische kunstwaarde
hebben, niet in staat zijn geheel of gedeeltelijk de herstellingswerken te
bekostigen, door het verleenen eener subsidie deze herstelling aan te
moedigen, zoo noodig zelfs mogelijk te maken." Reeds in 1901 werd
door den Raad van Dordrecht in een dergelijk geval eene subsidie van
ƒ500 verleend voor de restauratie van het geveltje aan de Nieuwstraat
No. 33 aldaar en jaarlijksch wordt op de Dordtsche begrooting een gelijk
bedrag in margine uitgetrokken, waarover echter alleen beschikt kan
worden voor restauraties, waarbij het Rijk een gelijke som bijdraagt. Delft
heeft dus slechts het goede voorbeeld gevolgd, reeds door Dordrecht
gegeven. Mogen ook andere gemeenten weldra in voorkomende gevallen
zich niet minder welwillend betoonen !

Naar aanleiding van de restauratie van dezen gevel was o. a. het
volgende adres verzonden d.d. 19 October 1904:

De Rijkscommissie tot het opmaken en uitgeven van een Inventaris
loading ...