Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 1.1908

Page: 208
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1908/0223
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
van de Duitsche ervaring op dit gebied, en sprak den wensch uit, dat voor een der
volgende bijeenkomsten van den Denkmalpflegetag eens een Nederlandsche stad mocht
worden gekozen. Het denkbeeld scheen in goede aarde te vallen, gelijk er ook overigens
sympathie voor Nederland bij velen der aanwezigen bleek te bestaan, want toen de heer
Hoefer in een rede aan het onvermijdelijke »Festessen” aan de oude relaties tusschen de
Nederlandsche Hanse-steden en Lübeck had herinnerd, werd er een »Oranjeboven” ge-
roepen, dat — in zoo oer-Duitsch gezelschap, in een zoo hevig-Duitsche stad als Lübeck —
voor de enkele Hollanders een ontroerenden klank had.

Het is niet mijne bedoeling hier van de verhandelingen van het congres een getrouw

overzicht te geven : men weet, dat deze in voortreffelijke stenografische verslagen worden

gepubliceerd, zoodat de belangstellende daar alles vinden kan. Het bijwonen van dergelijke
congressen biedt echter vooral het nut, dat men in aanraking komt met vakgenooten, van

wie altijd wat te leeren valt, en dat men verneemt wat elders gedaan wordt in de lijn

van eigen werkzaamheid.

De vergaderingen hadden plaats in de aula van het z.g. Johanneum, het Lübecksche
Realgymnasium. Liet is bekend, dat in Lübeck in alle kringen der bevolking een zeer
levendige belangstelling heerscht voor de oude monumenten. Hoewel zij dan ook sterk
toeneemt en langzamerhand zich heeft gesteld gezien voor de problemen, die in den regel
oude gebouwen het meest bedreigen: verkeerseischen en stadsuitbreiding, heeft de stad
toch naar verhouding veel meer van haar oudheid bewaard dan andere gemeenten. Het
scheen der moeite waard eens na te gaan, waaraan dit is te danken en de school zelf,
waarin het congres plaats had, gaf daaromtrent reeds eenige inlichting. In een der lokalen
had de leeraar in het teekenen — wanneer zal aan ónze gymnasia teekenonderwijs zijn
ingevoerd! — een tentoonstellinkje ingericht van het werk zijner leerlingen, en daaruit bleek,
dat hij hen geregeld oude gebouwen uit de stad het teekenen. Men zag er onbeholpen
schetsen naar eenvoudige huizen, het werk van eerstbeginnenden, fusains naar moeilijker
en meer schilderachtige gevallen, en eindelijk zelfs aquarellen, waarop een stuk van een
straat of een gezicht op een kerk was wêergegeven. Het is duidelijk hoezeer een aldus
opgevat teekenonderwijs bevorderlijk moet zijn aan de liefde voor het oude stedeschoon,
hoezeer het ook begrip voor de oude kunst moet verbreiden en men begrijpt, dat aldus
gevormde gymnasiasten, als zij later burgers en bestuurders hunner stad zullen zijn geworden,
der monumentenzorg een warm hart moeten toedragen.

Het bleek mij voorts, dat er in Lübeck niet minder dan vier vereenigingen bestaan,
die, naast andere doeleinden, ook het behoud der monumenten nastreven, nl. : Verein für
Lübeckische Geschichte und Altertumskunde, Verein für Heimatschutz, Verein von Kunst-
freunden en Verein zur Hebung des Fremdenverkehrs ]).

1) In bizondere gevallen steunden ook andere vereenigingen de monumentenzorg, o.a. de Architecten-
und Ingenieursverein en de Gesellschaft zur Beförderung gemeinnütziger Tatigkeit. De meeste dezer
vereenigingen bieden in jaarverslagen of andere periodieke uitgaven gelegenheid tot het publiceeren
van plaatselijk-geschiedkundige opstellen, of zij bezorgen monografische publicaties. Zoo gafde»Verein

208
loading ...