Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 1.1908

Page: 212
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1908/0227
License: Free access  - all rights reserved Use / Order

0.5
1 cm
facsimile
verordeningen, in verschillende Duitsche staten en steden in den laatsten tijd getroffen.
Zoo sprak een ambtenaar van een der Beiersche ministeries over »die neuerlichen Ver-
waltungsmasznahmen auf dem Gebiete der Denkmalpflege in Bayern”, Dr. Bredt over
»Ortsstatute” en Prof. Dr. Weber over »Stadtische Kunstkommissionen”.

Onder deskundig geleide werden door de deelnemers aan het congres de monumenten
van Lübeck en Wismar bezocht. Vooral in deze laatste plaats trof het, dat het restaureeren van
oude gebouwen toch ook in Duitschland nog dikwijls geschiedt op eene wijze, die eigenlijk
betreurenswaard moet heeten. Daarentegen had men in Lübeck gelegenheid den practischen
zin te bewonderen, waarmede de Duitschers hun zorg voor monumenten dikwijls weten
uit te oefenen. Reeds het vorig jaar hadden wij een staaltje daarvan gezien te Mannheim,
waar men de kosten der uitbreiding van het oude raadhuis ten deele wist te dekken door
de grondverdieping in te richten tot winkels. In Lübeck maakte men twee belangrijke oude
huizen, het gildehuis der schippers en het z.g. Schnabbelhaus — eene voormalige patriciër-
woning — rentegevend door ze gedeeltelijk in te richten en te verpachten als restaurant
en Weinstube. Niet alleen komen op deze wijze de middelen tot onderhoud gemakkelijk
bijeen, maar de gebouwen zelf worden bewaard voor het doode curiositeit-aspect: juist
door hunne practische bestemming blijven zij »leven” en trekken ook het bezoek van den
gewonen man, die er niet aan denken zou ze als »museum” te bezichtigen.

Zoo bood dan ook de negende »Denkmalpflegetag” veel belangrijks en leerzaams,
waarvan de korte mededeeling op deze plaats ertoe moge bijdragen, dat het volgende congres,
dat in September 1909 te Trier bijeenkomt, door meer belangstellenden uit Nederland
worde bezocht.

JAN KALF.

HET STADHUIS TE ’S-HERTOGENBOSCH.

Na de vereerende uitnoodiging, om een historisch en oudheidkundig overzicht van
het stadhuis in Den Bosch te geven, naar aanleiding van den kortgeleden ontdekten
onderbouw, waarop door een oudheidlievend stadgenoot en ijverig onderzoeker den heer
Jan Mosmans, het eerst de aandacht gevestigd werd, heb ik mij eenige dagen aan het werk
gezet en deel de uitkomsten van dien arbeid hier mede.

Het plaatselijk onderzoek — ter vaststelling der monumentale gegevens — werd ons
welwillend door het stedelijk bestuur toegestaan; onzen welgemeenden dank zij het hiervoor
gebracht. De verzameling van oude prenten en afbeeldingen van de Groote Markt met
’t stadhuis 1 2) en vooral van het laatste alleen was nog belangrijker dan de schilderij van
den zeeslagenschilder Johannes van Beerestraten 3), om het gebouw in zijn ouden toestand

1) Aanwezig op het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant.

2) Zie: »Biographisch Woordenboek der Nederlanden”, II deel, hl. 261—262.

212
loading ...