Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 2.1909

Page: 17
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1909/0029
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
EEN RUITJE VAN DIRICK VELEERT?

Het tweede ruitje, waarvan ik hier een veel verkleinde afbeelding geef, (het heeft
een diameter van 23V2 c.M.) mocht ik eenige jaren geleden in de Heiligbloedskapel te
Brugge fotografeeren. Het vertoont een veel verzorgder glasschilders-techniek dan het
Noord-Nederlandsche werk en is, óók — mirabile dictu — door zijn onderwerp, veel
meer een luxe-stukje dan het glas van den Leidenaar.

Na vergelijking der vrouwenkopjes, der architecturen en hun rijk ornament met twee
gesigneerde ruitjes van Dirick Vellert1 2) acht ik het niet al te gewaagd deze Onthoofding
van Johannes den Dooper aan den in zijn tijd beroemden Antwerpschen glasschilder toe
te schrijven. Het zou dan een werkje
van tegen 1520 van hem zijn.

Het leek mij niet onaardig het
ruitje hier mèt dat van Pieter Cornelisz.

Kunst te publiceeren. Den vader van
dezen, Cornelis Enghebrechtsz., toch
wordt tegenwoordig een rond schilderijtje
van het Schilderijen-museum te Dresden :
een Verzoeking van St. Antonius ~), toe-
geschreven. Dat stuk nu vertoont in de
figuur der verleidster overeenkomst met
de Salome op het ruitje en — in een merk-
waardig costuum-detail, het een deel der
borsten vrijlatend jakje — met een der
twee vrouwen van haar gevolg. Wanneer
dus niet het gesigneerde werk van Pieter
Kunst dat vooralsnog verbood, had men
misschien dit ruitje, als onder invloed
van zijn vader ontstaan, hem toege-
schreven. Nu echter zal men mogelijk
met mij geneigd zijn het Dresdener schilderstukje — en de daarmee samenhangende Afgoden-
dienst van Salomo in het Mauritshuis — aan een Antwerpschen Bles-manierist toe te schrijven.

1) Het eene werd in Glück’s opstel over den meester («Jahrbuch der kunsthistorische!! Sammlungen
des Allerhöchsten Kaiserhauses», Band XXII, tegenover pag. 12) gereproduceerd. Het andere vond ik
in het Nederlandsch Museum te Amsterdam. Het is het eerst bekende ruitje met de signatuur, die op
Vellert’s prenten en teekeningen bijna steeds voorkomt: D )!( V.

2) Catalogus 1908, No. 843. Het is, meen ik, nog niet opgemerkt, dat hier het dubbele Antonius-
kruis gecopieerd is naar dat op Dürer’s houtsnede: de heiligen Antonius en Paulus (Bartsch 10/). Die
houtsnede heeft trouwens ook, meen ik, haar stempel gedrukt op het vroeger misschien terecht aan
een Bles-meester, den laatsten tijd echter aan Lucas van Leyden toegeschreven schilderstuk in de ver-
zameling Liechtenstein (No. 710), de Kluizenaars Paulus en Antonius. Ik ken zoowel het stuk in
Dresden als dat in Weenen slechts van toto’s.

Dirick Vellert? — Gebrand glas, grisaille.
(Brugge, Chapelle du Saint-Sang).

2

17
loading ...