Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 2.1909

Page: 49
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1909/0061
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
middenstuk opgetrokken, met zandsteenen voluten en een groot driehoekig fronton, waarop
een Justitiabeeld prijkte. Van het balkon werden de openbare afkondigingen gedaan en hier
zetelden de ambtenaren bij de rechtspleging op het hiervoor op het plein opgerichte schavot.

De nieuwbouw uit de 19de eeuw bestaat uit twee geheel zonder onderling verband
opgetrokken gevels met een onbelangrijken zijgevel langs de Stadhuissteeg, die voor- en
achterbouw verbindt. De gevel aan de Hoogstraat werd in 1823 gebouwd door A. Munro,
met hardsteenen onderpui en versierde poort met dubbele halve kolommen en architraaf.
Dit gedeelte is wel het best geslaagde, al mist het het monumentale van een voor den
openbaren dienst bestemden zetel van het stadsbestuur. Wat hier aan monumentaal karakter
ontbrak zoude door den gevel aan de Kaasmarkt worden goedgemaakt, die zich hiertoe
én door de meerdere breedte én door de ligging beter eigende.

De architekt P. Adams, die dezen in 1827 ontwierp, heeft zich echter niet voor over-
drijving weten te behoeden en heeft een bombastisch geheel ontworpen, dat in de onderdeden
weinig kunstzin verraadt en in zijn geheel slechts als eene mislukking is te beschouwen.

Vooreerst is het een groote fout, dat de gevel zoodanig is ontworpen, dat deze
nooit als monumentaal geheel is te zien van de recht op het raadhuis uitkomende breede
Botersloot. Als afsluiting van deze straat had de pompeuse bouw althans eenigen indruk
kunnen maken, doch van de vrij smalle Kaasmarkt af te zien lijkt het een van elders
overgewaaid derdehandsch kunststuk, dat zich niet aanpast aan de omgeving en door brutale
plompheid meer ontstemt dan verheft. Reeds de heer van Rijn wees er op, dat het een
slecht nagevolgde copie is naar het Lord-Major’s House te Londen, zoodat zelfs het goede,
wat de opzet vertoont, niet als eigen werk aan den architekt ten goede kan gerekend
worden. Het geheel is, ook wat den samenhang van den gevel met het inwendige betreft,
onwaar. Boven een geblokte natuursteenen onderpui met lage, slecht verlichte bureau-
vertrekken, verheft zich de vrij eenvoudige bovengevel met dubbele vlakke pilasters in de
hoeken, driehoekige raambekroningen en zeer zware kroonlijst, die niet harmonieert met
de reusachtige peristyle, met groote driehoekige frontonbekroning en tot dicht onder de
kroonlijst doorloopende kolommen. Een niet minder reusachtige deur voert van de slechts
bij hooge feesten gebruikte trap naar een niet onverdienstelijke rotonde, doch als men van
hieruit het raadhuis wil betreden, blijkt de hal niet samen te hangen met het verdere gebouw.
Groote rijkversierde deuren doen ons vermoeden hierachter statiezalen en ruime corridors
te vinden, doch als wij het wagen een dier deuren te openen, is de ontgoocheling volkomen.

Het beeldwerk in het fronton, met voorstelling van de Stedemaagd gehuldigd door
Handel en Scheepvaart, is van weinig artistieke waarde en de basementen van de beelden,
die eerst het fronton bekroonden, maken een dubbel stumperachtigen indruk, sinds de
houten beelden van Wijsheid, Voorzichtigheid en Kracht in 1856 verwijderd zijn, omdat
de goedkoope grondstof niet tegen ons klimaat bestand bleek. Het langdurig overleg voor
het stichten van een nieuw raadhuis en het grootsch ontwerp hiervoor toonen gelukkig,
dat Wijsheid, Voorzichtigheid en Kracht ook bij de Vroedschap kunnen zetelen, al zijn
haar emblemen van het raadhuis moeten verwijderd worden.

49
loading ...