Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 3.1910

Page: 153
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1910/0165
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
Bulletin werd een artikel gewijd aan de groote verdiensten van den afgetreden direkteur
Dr. A. Bredius tegenover dit beroemd museum.

Ten slotte valt nog te wijzen op de nieuwe regeling van de Oudheidkamer te
Rotterdam, waardoor deze voortaan, als zelfstandige instelling, zich gemakkelijker zal
kunnen ontwikkelen, op de openstelling van de nieuwe zalen in het Rijksmuseum te
Amsterdam en op de opening van het Museum Lambert van Meerten te Delft, van de
Oudheidkamers te Zaltbommel, Wieringen, Enkhuizen en Breda.

Onder de tentoonstellingen vallen te noemen die van Juli 1909 te Maastricht, de
tentoonstelling van stillevens en later die van miniaturen te Rotterdam en die van kinder-
portretten te Amsterdam. Niet onvermeld ook mag hierbij blijven de schitterende inzending
van de Nederlandsche regeering op de Tentoonstelling van Oude Kunst te Brussel en op
de Israëls-tentoonstelling te Venetië, waarbij gebroken werd met het beginsel van liefst
niet uit te leenen, hetwelk zoo weinig strookte met de alhier zoo dikwijls uit het buitenland
ondervonden tegemoetkoming.

Zoo valt, naast enkele teleurstellingen, dit jaar te wijzen op veel goeds, op veel
belangstelling en op een krachtig leven op oudheidkundig gebied. Moge dit nog door
velen na mij getuigd kunnen worden en moge daarbij onze Bond steeds, in edele
wedijver met andere vereenigingen, vooraan staan waar het geldt de verdediging van
bedreigde belangen en het aanwakkeren van de belangstelling voor het behoud van den
nationalen monumentenschat.

■ ==^==^==^=^ mam - - ■

JAARVERSLAG VAN DEN NEDERLANDSCHEN OUDHEIDKUNDIGEN BOND,
UITGEBRACHT IN DE ALGEMEENE VERGADERING
VAN 1 JULI 1910 TE GOUDA.

Dames en Heeren,

Werd voorheen met belangstelling des secretaris' jaarverslag door u verwacht en
aangehoord, onder de nieuwe bedeeling mag de functionaris dat niet meer hopen. Hetgeen
vroeger één verslag was, is nu gescheiden in een openingsrede van den voorzitter en een
verslag van den secretaris. De voorzitter spreekt eerst en hij maait met een grandioos
gebaar al het gras voor des schrijvers voeten weg.

Vreest niet dat ik protesteer, dat ik mij niet schikken wil en u nog eens naar mijn
trant opdisschen ga, wat hij al heeft voorgediend. 't Bis repetita gelde niet op een avond,
dat wij nog zooveel goeds kunnen hooren en moeten overwegen. Bovendien de zaak is zoo
op zijn best geregeld, als de voorzitter de leiding heeft en de lijnen voor de toekomst
trekt, terwijl de secretaris eenvoudigweg de feiten vastlegt van het eigenlijk vereenigings-
leven. Hier zijn ze.

In de eerste plaats dient eraan herinnerd, dat de nieuwe statuten in dit jaar, den dag

153
loading ...