Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Hrsg.]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 3.1910

Seite: 75
DOI Heft: DOI Artikel: DOI Seite: Zitierlink: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1910/0087
Lizenz: Freier Zugang - alle Rechte vorbehalten Nutzung / Bestellung
0.5
1 cm
facsimile
r

□ □ D

^1 □ □ o □

1^



i- n §| n -1

□ □ □ □

—5 n-B-n

i—

A

DE STAD GOUDA IN HAAR OORSPRONG EN ONTWIKKELING.

Met het oog op de aanstaande te Gouda te houden vergadering van den Oudheid-
kundigen Bond verzocht mij de redactie van dit Bulletin, in een kort overzicht iets omtrent
de geschiedenis van Gouda mede te deelen.

Aan deze vereerende uitnoodiging heb ik gemeend gevolg te moeten geven, niet
omdat ik mij de moeilijkheden, aan het schrijven van een dergelijk kort overzicht verbonden,
ontveinsde, maar omdat ik mij bewust was, dat ik, als Archivaris der genoemde gemeente,
al licht iets zou kunnen mededeelen, dat den aanstaanden bezoekers van het oude Ter
Gouw belang kon inboezemen.

Den lezer, die omtrent sommige punten nader wenscht ingelicht te worden, verwijs
ik naar de oude beschrijvingen der stad ]) en een aantal kleinere studies uit den laatsten tijd 3).

De rivier de Gouwe, waaraan de stad Gouda haar naam ontleent (der Goude, ter
Goude, Ter Gouw, Lat. Golda, Gouda), splitste zich in de vroegste tijden (bijv. 12de eeuw)
even vóór de tegenwoordige stad in twee takken, die beide, doch op verschillende punten,
in den IJsel vloeiden. De eene tak liep door de buurt, die men reeds in de 14de eeuw
»de oude Goude" noemde en ook thans nog algemeen onder den naam van »ouwe Gouwe"
bekend is en de andere door de tegenwoordige stad langs Gouwe en Haven 3).

Aan die beide takken van de Gouwe hadden zich reeds vroeg bewoners gevestigd.
Geen wonder: een vestiging in de nabijheid van de samenvloeiing van twee voor het

1) J. Walvis, Beschrijving der Stad Gouda, 1714. C. J. de Lange van Wijngaerden, Geschiedenis
en Beschrijving der Stad van der Goude, 2 dln. 1813—1817. Idem, derde deel, bewerkt door J. N. Scheltema,
1879. (H. Griffioen van Waerder) Mijne herinneringen van Gouda, 1821. Idem, Nalezing mijner her-
inneringen, 1822.

2) Deze kunnen wij hier niet alle opnoemen. Wij wijzen slechts op: Dr. J. Heinsius, De financiën
van de stad Gouda in de 15de eeuw, (in Nijhoff's Bijdragen, 4de reeks, deel 3, bl. 179 vlg.). J. Tersteeg,
Een bijdrage tot de geschiedenis der binnenlandsche vaart, (in Nijhoff's Bijdragen, 4de reeks, deel 3,
bl. 148 vlg.). Ook de in 1909 verschenen dissertatie van Dr. J. Huges, get.: Leven en Bedrijf van Mr.
Franchois Vranck, bevat uit den aard der zaak veel, wat voor de geschiedenis van Gouda belangrijk is.
Vooral op de eigenaardige houding, die Gouda meermalen in de Staten aannam, werpt Dr. H. een
nieuw licht.

3) Wat ik hier zoo beslist mededeel over de splitsing der Gouwe, berust slechts op gissing. Een
dergelijke gissing vindt men reeds bij de Lange v. Wijngaerden II, bl. 2 en 3, doch zij is door mij,
naar ik hoop, eenigszins aannemelijker gemaakt door hetgeen verder door mij over Gouda's oorsprong
wordt gezegd.

5

75
loading ...