Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 5.1912

Page: 43
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1912/0055
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
van dezen rechthoek en bij den onder- en bovenkant van zijn door vier kwadraten gevormd
middendeel sluiten telkens drie zijden aan van een regelmatigen twaalfhoek, beschreven
om een cirkel, met een straal van 6.40 M. getrokken. Deze zuiver geometrische grondslag
van den plattegrond, opgemerkt door den Rijksarchitect voor de monumenten, den heer
Ad. Mulder, geeft reeds op zichzelf aan het gebouw eene eigenaardige beteekenis. De
ongewone grondvorm had ook tengevolge dat de kapconstructie eenige moeilijkheid bood,
welke de bouwmeester vernuftig heeft weten op te lossen.

De kerk is een sobere baksteenbouw. Hare 0.70 M. zware muren zijn op de
hoeken uitwendig met contreforten en inwendig met pilasters versterkt. De kerk vertoonde
op verschillende plaatsen scheuren welke bij onderzoek bleken te zijn ontstaan door
verzakking, gevolg van het wegteren van het houtwerk der fundeering. Door den Rijks-
architect voor de monumenten was een plan voor de verbetering der fundeering aan de
hand gedaan, waarvoor ƒ3500 noodig zou zijn. Kerkvoogden, die tevoren reeds uit eigen
middelen drie der bedreigde contreforten hadden hersteld, waren niet bij machte deze
kosten te dragen. Zij zouden subsidie kunnen krijgen van het Rijk en de Provincie,
indien ook de Gemeente in deze restauratie wilde bijdragen, maar in zijne vergadering
van 14 October 1909 had de Raad een daartoe strekkend verzoek van de hand gewezen.

Het Kerkbestuur richtte echter in 1910 een nieuw verzoek tot den Raad. De
Commissie ondersteunde dit in een uitvoerig schrijven, en in de Raadszitting van 30 Mei
werd aan haren voorzitter gelegenheid gegeven dit schrijven mondeling nog nader toe te
lichten. De Raad besloot toen subsidie te verleenen tot een maximum van ƒ1000, uit te
betalen in vier gelijke jaarlijksche termijnen, zoodat thans voor het behoud van deze
kerk de weg is gebaand.

Een aantal afbeeldingen illustreeren de uitvoerige beschrijving der kerk.

ONTLEENINGEN i).

VE Lucas van Leyden en Albrecht Düver.

Dürer’s graveermanieren zijn, meer dan die van eenig Nederlandsch of Duitsch
15de-eeuwsch graveur, van beslissenden invloed geweest op de verschillende phasen van
Lucas van Leydens technische ontwikkeling. In Ontleeningen V plaatste ik een reeds vrij
rijp werk van Lucas, den Mordechai van 1515, naast Dürer’s Ritter Tod und Teufel van
1513. Dat de knaap echter ook reeds eerder de beschikking heeft gehad over verscheidene
vroege bladen van den Duitscher is verrassender, maar heb ik toch kunnen opmerken.
Ook in zijn vroege en vroegste bladen heeft hij op gebrekkige en daardoor soms bijkans
onherkenbare wijze getracht Dürer’s techniek te imiteeren. Hier wordt dit aan een 1509

1) Andere ontleeningen wees ik aan in Bulletin VI, pag. 180—183; Tweede Serie II, pag. 151—153;
III, pag. 203-206 en IV, pag. 8-12.

43
loading ...