Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 5.1912

Page: 203
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1912/0215
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
DE PASTORIE VAN SCHELLUINEN EN ANDERE MEDEDEELINGEN UIT
DE OMGEVING VAN GORINCHEM.

In vroegere dagen kon er geen leest worden gevierd in het stadje waar ik woonde,
of midden op het plein, vooraan, stonden achter een vaandel oude in het zwart gekleede
mannen met groote bronzen eerepenningen aan oranjelinten op de borst; het waren »de
oude strijders”. Elk jaar zag men ze weer en elk jaar werd hun groepje kleiner — ten
slotte liepen er nog moeizaam en bibberend een paar oude mummelende mannetjes. Als
ze in rust stonden, trachtten ze bijwijlen nog heldhaftig te kijken — diep onder de grijze
wenkbrauwen fonkelde nog een licht in de oude oogen. Eindelijk zijn ze verdwenen.

Er is nog eene andere oude garde, die dreigt te verdwijnen — het zijn de oude
monumenten. Ook zij leven in de glorie van het verleden — ook hun komt eene eere-
plaats toe als oude strijders, die hun kernachtig geteekende rompen wisten te verdedigen
tegen de rampen der tijden — doch helaas, ook hunne gelederen dunnen met de jaren —
maar geheel verdwijnen zullen zij niet — er bestaan tegenwoordig voor hen gelukkig
verjongingskuren, waaruit ze krachtig, al is het soms wel iets te jong, te voorschijn
komen — ze doen dan wel even aan tooneelridders denken. — Ze zijn wat te mooi,
wat te glimmend als geschminckte helden — maar de tijd met wind en regen weet daar
wel raad op en zal weer het eerwaardig voorkomen hen geven, waarop zij recht
hebben, — dat bij hun leeftijd past!

Ze worden met trots aangewezen aan den vreemdeling die in deze streek komt,
deze oude dragers van ’s lands historie — vooral moet je gaan zien de oude pastorie
van Schelluinen. — dan aan de Giesse waar het altijd zoo schilderachtig is — het oude
raadhuis van Peursum bij Pinkeveer — en verderop de kerk met den ouden toren van
Giessen-Nieuwkerk, die zich zoo mooi boven de omringende huizen verheft en zich in
de bocht van de Giesse zoo rustig kan spiegelen in het stille water — ook vooral moet
je de Linge langs gaan — waar de fijne spits van Spijks toren zich verheft, — naar de
buitenkanten van Leerdam, waar de oude vestingwallen nog bestaan, — naar Asperen,
met zijn grooten toren.

Verleden jaar in een Decembernacht sneuvelde een van deze oude garde — het
Raadhuis van Peursum, bij Pinkeveer, brandde af — nu staat er al weer een nieuw
gebouw — een knap huis — wij kennen allen het model. Pinkeveer is zijn glorie kwijt.

Hoevele jaren zal de kerk van Giessen-Nieuwkerk zijn achterschip nog behouden! —
de muren splijten, door het dak ziet men de lucht — regen en sneeuw vallen neer op de
oude wapenborden van de heeren van de Giessenburg, welke daar zijn opgehangen door
den laatsten heer uit dit geslacht, die in onmin leefde met de Giessen-Nieuwkerkers, welke
hem een heerlijk jachtrecht bestreden.

Toen de kerk wegens bouwvalligheid hersteld moest worden, liet hij zijn eigendoms-
rechten op het koor gelden — daar mocht niets aan veranderd worden. De oude wapen-
schilden, die in regelmatige orde over eeuwen de gedachtenis van de verschillende heeren

203
loading ...