Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 6.1913

Page: 95
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1913/0106
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
r

r


-51





w

□ □ □ a D o □ o

A

- -. ..■■■■ -'I

OUD-HAARLEM

DOOR A. W. WEISSMAN.

Haarlem moet reeds zeer oud zijn. Schrevelius voert de stichting der stad tot 506
op. En met een zoo hooge oudheid is hij zelfs nog niet tevreden. Want vóór dien tijd,
zegt hij, stond, waar later de stad kwam, een kasteel, dat door een zekeren »Lem of
Willem” daar gebouwd was. Naar dezen »Heer Lem” zou Haarlem zijn genoemd!

De schrijver weet ons ook te verhalen, dat de vader van dezen »Lem” den naam
van »Dibbaldus” droeg, en dat zijn vrouw een Friesche koningsdochter was! Wij kunnen
dit alles echter gerust naar het rijk der fabelen verwijzen.

Hadrianus Junius meent, dat de Heeren van Haarlem, wier kasteel nabij Heemskerk
stond, en als het huis Oud-Haarlem bekend was, de stad aan het Spaarne hebben gesticht.
Ook deze edellieden zouden van de Friesche koningen afstammen. De verbeelding heeft
hier vrij spel. Doch als Junius ons Bakenes als het oudste gedeelte van Haarlem noemt,
en dien naam van Bacchus wil afleiden, dan begrijpen wij, dat hij ons wat wijs maakt.

De naam Haralem komt het eerst voor in een lijst van Utrechtsche kerkgoederen,
die het Nedersticht bezat tijdens de regeering van Odilbald XII, bisschop van Utrecht,
welke in 866 tot deze waardigheid werd verheven. Het blijkt echter niet of hier de stad,
dan wel het kasteel, dat bij Heemskerk gelegen was, bedoeld is.

In 1155 wordt Haarlem reeds een stad genoemd. Zij was toen echter nog niet
groot, en bevatte slechts de wijken, die nu door het Spaarne, de gedempte Oude Gracht,
de Nieuwe Gracht en de Bakenessergracht worden begrensd. De tegenwoordige Groote
Markt heette toen het Zand. De herinnering hieraan wordt nog levendig gehouden door het
versje, dat in den gevel van de Hoofdwacht, op den hoek der Smedestraat, te lezen is.

» Wanneer de Gvaej hier op het sand
Sijn princen-woning had geplant
So was dit loflick oud gesticht
Tot Haerlems raedhuis opgericht."

Dit Zand werd doorsneden door een kleine beek, die de Koningstraat volgde,
daarna in de richting van de Damstraat liep en zich in het Spaarne uitstortte.

In het midden der veertiende eeuw had de uitbreiding der stad aan de oostzijde
van het Spaarne plaats. Het duurde echter lang, eer dit stadsgedeelte volbouwd was.
Haarlem had veel van de Hoeksche en Kabeljauwsche twisten te lijden, en zijn bevolking

7

95
loading ...