Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 6.1913

Page: 96
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1913/0107
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
nam in de 14de eeuw maar langzaam toe. Pas in de 15de eeuw kreeg dit oostelijk gedeelte
van Haarlem zijn tegenwoordigen omvang.

Reeds in de 13de eeuw evenwel had de stad zich naar het zuiden en westen uit-
gebreid, en vormden de nog bestaande singels en vesten aan deze zijde haar grenzen.

Deze uitgestrektheid behield Haarlem tot in de 17de eeuw. In 1644 was een plan
tot vergrooting der stad door Salomon de Bray ontworpen, dat echter eerst in 1671,
doch gewijzigd, tot uitvoering kwam.

Het verkoopen van terreinen in het nieuwe stadsgedeelte begon reeds in 1672,
doch het duurde tot 1791 eer alles van de hand was gezet. De kosten aan de uitbreiding
verbonden beliepen bijna ƒ80.000.

De bijzonderheden, hierboven omtrent de geschiedenis van Haarlem gegeven, zijn
ontleend aan Allan. De heer C. J. Gonnet heeft echter een andere zienswijze. Volgens
hem werd de stad tot omstreeks 1355 begrensd door de Oude Gracht, de Nieuwe Gracht,
de Bakenessergracht en het Spaarne. In 1400 zou de uitbreiding van Haarlem aan de
oostzijde van het Spaarne gereed zijn gekomen; de stadsgrenzen aan de zuid- en westzijde
zouden echter pas omstreeks 1450 tot aan de singels zijn uitgelegd, ofschoon daarmede
reeds omstreeks 1400 begonnen was.

DE STAD EN HAAR VERDEDIGINGSWERKEN.

Tot in het begin der 19de eeuw was Haarlem door wallen, grachten en poorten

omgeven. Aan de zuidzijde der stad zag men op den westelijken oever van het Spaarne

de Eendjes-poort. Blijkens haar bouwtrant moet deze poort in het begin der 17de eeuw
gesticht zijn. Het gebouw aan de voorzijde, met het hooge leien dak, heeft later als

kantoor van den havenmeester gediend. De eigenlijke poort was slechts een ingang,

door een boog gedekt, waarin de deuren waren afgehangen, en waarvóór zich een
ophaalbrug bevond.

In 1866 is de Eendjes-poort gesloopt. Zeven jaar later werd ook de kleine Houtpoort,
die westelijk van haar was gelegen, afgebroken, en daardoor Haarlem van een zijner meest
karakteristieke bouwwerken beroofd. Met haar hoogen middentoren en vier hoektorens
deed zij zich bijzonder schilderachtig aan het oog voor. In 1571 was zij door Pieter
Jansen Berkhout ontworpen en uitgevoerd. Anderen willen, dat de schilder Maarten van
Heemskerk het ontwerp zou gemaakt hebben, dat het bouwen later dan 1571 zou zijn
aangevangen en niet voor 1590 was voleindigd.

De poort stond niet in de as van de Kleine Houtstraat en den Kleinen Houtweg,
doch eenigszins naar de oostzijde daarvan. Het Minderbroedersklooster, dat aan de westzijde
der straat lag, had het bouwen in de aslijn van den weg belet.

Men zag westelijk van deze poort twee torens; de eerste, zonder dak, was de
Gasthuistoren, de tweede, die aan den voormahgen Doelentoren te Amsterdam deed
denken, was de Kalistoren. In 1858 werden deze torens, met de wallen, die de stad aan
deze zijde beschermden, afgebroken.

96
loading ...