Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 7.1914

Page: 23
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1914/0036
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
draagt vleugels, stellig om den spoed aan te duiden, waarmede zij zich beweegt.

De geschiedenis wordt ons dus niet duidelijk; stellig is het meer dan een gewoon
avontuur, eene herinnering aan een bekend verhaal, misschien ontleend aan een of ander
rijmwerk. Wij weten dit niet; het is zelfs niet volkomen zeker, dat de drie stukken
behooren tot hetzelfde avontuur; want de overige balken vertoonen geheel geene figuren
meer en zijn eenvoudig met dergelijk rankwerk bedekt. Van de planken der zoldering is
niets bewaard gebleven; natuurlijk waren die echter ook beschilderd met hetzelfde rank-
werk op een rood fond. Of ook daartusschen figuurtjes aangebracht waren (wellicht wel
grootere, die uit het vertrek wat beter zichtbaar waren dan de kleine acteurs der door
mij geschetste episode), moet echter geheel onzeker blijven.

S. MULLER Fz.

BOEKBESPREKING.

Men verzoekt aan de Redactie het volgende te plaatsen naar aanleiding van de
boekbespreking in de laatste aflevering.

Zonder in eene repliek van het artikel van den Heer Bijvanck te willen treden
moet ik toch opmerken, dat sommige zijner uitdrukkingen de voorstelling zouden kunnen
wekken alsof ik Siegfried Loeschcke’s studiën over antieke lampen eenigermate op den
achtergrond zou hebben willen dringen. De Heer Bijvanck heeft dit zeker wel niet zoo
bedoeld, maar toch wil ik mij voor eene dergelijke verdenking vrijwaren.

Men zal zich licht kunnen overtuigen, dat in mijn catalogus der antieke terra cotta
lampen van het Museum van Oudheden te Leiden, onophoudelijk bijna onder elk soort
Loeschcke’s werk aangehaald wordt.

J. BRANTS.

Gaarne erken ik, dat de Catalogus der Verzameling Niessen te Keulen, waarvan
Siegfried Loeschcke de lampen bewerkte, door Mej. Brants in haar Beschrijving zestien
maal is genoemd. Des te merkwaardiger, dat in de algemeene inleiding met geen woord
van dezen catalogus wordt gerept. Toch is dit werk de grondslag van de geheele Beschrijving
en dikwijls zijn de inleidingen van Mej. Brants niet anders dan een min of meer gelukkige
reproductie van de woorden van Siegfried Loeschcke.

A. W. BIJVANCK.

OUDE GEVELS TE ROTTERDAM.

Het hierbij afgebeelde groepje huizen vormt nog een van de weinige over-
gebleven schilderachtige hoekjes aan de hoofd verkeerswegen te Rotterdam, die nog niet
ten offer zijn gevallen aan de speculatie in kostbare bouwterreinen. Zij zijn gelegen
aan het Haringvliet nos. 73 en 75 en liepen geen gevaar voor amotie, totdat eenige
maanden geleden in het grootste pand, waarin een burgerlogement gevestigd was, brand

23
loading ...