Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 10.1917

Page: 34
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1917/0046
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
deze met een stucplafond overdekt. Hier is de versieringstrant evenwel iets jonger en
is de invloed van den Lodewijk-XV-stijl reeds te bespeuren.

Een der fraaiste stukken van dit interieur valt nog te bewonderen in de achterkamer
aan de achterzijde van de gang. Boven den bont-marmeren schoorsteen staat een kleine
langwerpige spiegel, waarvan de vergulde lijst een prachtig decoratieve vulling in het
midden-penant vormt, die, meer dan de tevoren beschreven details, het fijnere werk,
zooals het in Frankrijk gemaakt werd, te binnen roept. Het bovenste vak van den
schoorsteenboezem prijkt wederom met een mythologische voorstelling: de vrijage van
een boschgod met een nimf. Deze schilderij lijkt, evenals het schoorsteenstuk en de
sopraporta in de voorkamer, van dezelfde hand als de groote plafondschildering 1).

E. J. HASLINGHUIS.

■ —— ■ — mum — - -■

HET BISSCHOPSBEELD IN DE KERK TE WESTBROEK.

De mededeeling over het bisschopsbeeld te Westbroek in het vorige nummer van
het Bulletin is in bijzonderheden niet geheel juist. Het is inderdaad helaas waar, dat het
beeld van zwarten steen uit het midden der 14de eeuw voor eenige jaren, toen ik het
voor het laatst zag, los lag in eene nis, die te ondiep was, zoodat het gevaar van vallen
niet geheel uitgesloten was. Het is ook waar, dat het bijzonder gewenscht is, dat pogingen
aangewend worden om dien toestand principieel te verbeteren; toen ik voor eenige jaren,
als toenmalige voorzitter der Provinciale monumenten-commissie, ondershands deed aanbieden
daarvoor te zorgen, werd dit aanbod vierkant geweigerd; afstand van het stuk aan
mijn museum, waartoe ik vroeger ook al eens pogingen gedaan heb, viel evenmin in
den smaak. De toestand is waarlijk bedenkelijk; want er is niet de allergeringste
belangstelling voor het kunstwerk, en naar ik indertijd vernam, spelen de catechisanten
ermee en erop.

Onjuist is echter de mededeeling, dat de voorgestelde bisschop Boudewijn van
Holland zou zijn; daar deze in 1196 overleed, kan reeds één blik op het beeld overtuigen,
dat hij de afgebeelde persoon niet kan zijn. Ik kan echter gelukkig mededeelen, welke
bisschop dan wél voorgesteld is: het is Boudewijn van Sterckenborch, bisschop van
Tripoli in partibus, Cistercienser-monnik en wijbisschop van bisschop Jan van Arkel,
die 23 Maart 1366 gestorven is en in de St. Servaasabdij te Utrecht (in het graf van
bisschop Wilbrand van Oldenburch, ov. 1233) begraven werd; zijne tombe, die als
bijzonder prachtig geroemd wordt, dagteekende van 1372. Waarom die juist in de kerk
van Westbroek geplaatst werd (waar denkelijk zijn hart of zijn ingewand ter aarde
besteld was) blijkt niet; hij was wijbisschop voor Friesland, maar deze waardigheid
verklaart het verband met Westbroek niet. S. M.

1) Ik mag niet nalaten den eigenaars van het huis dank te zeggen voor hun toestemming om
den fotograaf zijn werk te laten doen.

34
loading ...