Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 10.1917

Page: 125
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1917/0137
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
WILLEM DANIËLSZ VAN TETRODE.

Reeds vóórdat in »Onze Kunst” :) een kort epistel verscheen van de hand van
Prof Dr. Jan Six, over een vermeend stuk werk van bovengenoemden beeldhouwer, uit
de 16de eeuw, wat ik, om verwarring te voorkomen, liever dadelijk wil zeggen, hield
ik mij bezig met het verzamelen van gegevens over dezen kunstenaar, in zijnen tijd zoo
zeer beroemd, thans vrijwel vergeten, zoodat zelts van zijn werken zoo goed als niets
bekend is. Daar het toch moeilijk is aan te nemen, dat de kunst van iemand, die door
tijdgenooten als Hadrianus Junius en Cornelis Musius beschouwd werd als een tweede
Praxiteles, historisch bekeken, volmaakt onbelangrijk zou zijn, daar men zich eveneens
nauwelijks kan voorstellen, dat van het aantal groote stukken en kleine voorwerpen door
zulk een meester uitgevoerd in zeer verschillend materiaal en op verschillende plaatsen,
inderdaad niets meer over zou zijn, wilde ik althans trachten iets meer omtrent den man
en zijn werkzaamheid te weten te komen.

Laat mij hier onmiddelijk bekennen, dat ik de uitkomst, waarop ik had gehoopt,
nog geenszins bereikt heb. Een reeks van werken van Tetrode aan de vergetelheid te
ontrukken, stukken waarvan de maker onbekend was met beslistheid aan hem toe te
schrijven, is mij tot nog toe niet gelukt. Ik geef de hoop niet op, zoolang niet al het
noodige onderzocht kon worden, maar wensch, zonder mijn onderzoek af te breken, het
weinige, dat ik tot nu toe over ’s kunstenaars leven heb gevonden, alvast in het licht
te geven. Om twee redenen; ten éérste, daar ik voor dit deel van mijn onderzoek al te
weinig meer van toekomstige vondsten kan verwachten én omdat ik ook anderen, die
zich wellicht met ditzelfde onderwerp bezig houden, in de gelegenheid wilde stellen van
het door mij nu eenmaal verrichte werk gebruik te maken. Men vindt er de Oude
Litteratuui in opgenomen, collectanea dus, maar zooveel mogelijk gerangschikt, kritisch
behandeld en daarbij ten minste nog eenige nieuwe gegevens.

Bronnen. 3)

Het vroegst wordt Tetrode genoemd door Hadrianus Junius in zijn Batavia, waarvan
de eerste uitgave in 1575 verscheen. Hij vertelt, dat Willem van Tetrode, een Delftenaar
van geboorte, na verscheidene jaren in Italië doorgebracht te hebben, voor de Oude
Kerk in zijn vaderstad een altaar maakte, dat den schrijver aanleiding gaf hem »niet
alleen tegenover Praxiteles maar ook tegenover heel Rome te stellen.”

Daarna noemt Pieter van Opmeer in diens Opus Chronographicum 3) Tetrode eveneens
als de maker van het hoofdaltaar in de St. Hippolytus-kerk te Delft, dat, versierd met
vierentwintig beelden van albast, tot de wonderen der wereld gerekend moet worden.

1) Afl. 3. Maart 1915.

2) Bijlage I. De Bijlagen hoop ik op het slotartikel te doen volgen.

3) Bijlage II.

125
loading ...