Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 10.1917

Page: 197
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1917/0209
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
r i



—=n

□ o □ □ JF^

O GD Q


Jk 0 O O O

^ ° DO □ ^

A



Jm


DE JAARVERGADERING TE GRONINGEN.

De algemeene vergadering van den Bond had dit jaar op den avond van den
28sten JUni plaats, een week vroeger — wegens het met den len Juli ingaande verhoogde
spoorwegtarief — dan in het oorspronkelijke plan gelegen had. Gezien de voor de
meesten vrij aanzienlijke afstanden en het gebrekkig vervoer van den tegenwoordigen
tijd, was het nog een talrijk aantal leden, dat de reis naar Groningen aanvaard had,
verschillenden vergezeld van hunne dames. Eene Commissie van ontvangst, bestaande uit de
heeren Mr. J. A. Tellegen, Mr. A. W. K. F. Sanger, Mr. J. G. C. Joosting, Jhr. W. G. Feith,
B. Dorhout Mees, Jhr. L. A. F. van Swinderen en J. Venhuizen zorgde er voor, dat de
tijd tusschen de aankomst van den middagtrein uit Holland en den aanvang der vergadering
niet in ledigheid doorgebracht werd.

Allereerst bracht men een bezoek aan de St. Maartenskerk, wier fraaie toren zijn
klokketonen juist deed hooren. Geruimen tijd dwaalde men in dit imposant gebouw
rond en, men kon zich ervan overtuigen, hoe dringend het een restauratie behoeft, al gaf de
wijze, waarop de kamers van kerkvoogden en kerkeraad »hersteld” zijn een waarschuwing,
dat men zulke restauraties maar niet aan elkeen mag opdragen.

Vervolgens ging het naar het onlangs verbouwde Provinciehuis, waartegen het
oude geveltje van het huis-Cardinaal, uit het jaar 1559, dat jaren lang in fragmenten op
het museum bewaard was, nu herbouwd is. In het oude deel van het Provinciehuis
bewonderde men de zaal van Gedeputeerden en de Statenzaal met haar goudleerbehangsel en
haar eiken schoorsteenmantel van 1685, prijkend met een allegorisch schilderstuk van Collenius.

Langs de Ebbingestraat, waar een rijke gevel van 1661 de aandacht vroeg, begaf
men zich naar de Broerenkerk om hier de kerkschatten, o. a. een fraaie verguld zilveren
monstrans uit het begin der 16de eeuw, te bezichtigen.

Een bezoek aan het nieuwe Universiteitsgebouw besloot den ommegang door de
stad. Bij afwezigheid van den voorzitter van het curatorium leidde de secretaris van
dit college, Mr. B. ten Bruggencate, het gezelschap rond. Na een woord van inleiding,
waarin hij o. a. wees op den ongeloofelijk korten tijd, verloopen tusschen den noodlottigen
brand en de inzending van de ontwerpen voor het nieuwe gebouw, toonde hij zijn
gasten het inwendige van de Academie. Voordat zij het gebouw verlieten, wachtte dezen
een prettige verrassing: hadden B. en W. van Groningen wegens de tijdsomstandigheden
moeten afzien van officieele verwelkoming, thans werd den bezoekers in de senaatszaal

13

197
loading ...