Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 10.1917

Page: 275
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1917/0287
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
De derde Meester eindelijk brengt ons waarschijnlijk in nog lateren tijd. Door
zijn werk krijgen wij wederom een bewijs voor de snelle achteruitgang der kunst in
de Noord-Nederlandsche handschriften. En ook andere handschriften uit de tweede helft
der 15<fe eeuw zijn van dit verval de getuigen.

Een uitvoerige bespreking zou het wellicht mogelijk maken op meer overtuigende
wijze te zeggen, wat hier slechts met enkele woorden kon worden aangeduid. In de
eerste plaats is dan een nauwkeurige beschrijving noodzakelijk van de andere ons
bekende handschriften. Maar daarvoor ontbreekt thans de gelegenheid. Een dergelijke
bestudeering zal zijn uit te stellen tot later.

A. W. BIJVANCK.

EENE ROMEINSCHE KOOPAKTE UIT DE TERP TE TOLSUM.

In het jaar 1914 heeft het Friesch Museum te Leeuwarden uit de terp »Groot
Tolsum” ten zuiden van Franeker een romeinsch schrijftafeltje verworven, waarop aan
beide zijden in zwarte was eene inscriptie is gegrift, die door Prof. C. W. Vollgraff
is ontcijferd en gepubliceerd in het laatste deel van het tijdschrift van het Friesch
Genootschap (Vrije Fries dl. 25). Door mij is daaraan toegevoegd eene bespreking
van andere romeinsche vondsten uit Tolsum en uit Friesland in het algemeen, in het
bijzonder van terra-sigillata, de gids-oudheden in de uit den romeinschen tijd dateerende
lagen der terpen, voorwerpen die zeer geschikt zijn om, in onderling verband, een
indruk te geven van den rechtstreekschen of indirecten invloed, dien de Romeinen op
Friesland uitoefenden.

Het tafeltje behoort ongetwijfeld tot de belangrijkste archaeologische vondsten,
die in de laatste jaren in Nederland gedaan zijn, en wij mogen dan ook van geluk
spreken, dat dit broze voorwerp zoo betrekkelijk goed geconserveerd tot ons is gekomen.

Het materiaal is dennenhout, uitgediept als een leitje, terwijl in het midden van
zijde B. nog eene diepere strook is weggenomen om de zegels der getuigen te kunnen
opnemen. Van de waslaag zelf is alleen de kool overgebleven, waarmede deze zwart
gemaakt is; terwijl de letters zichtbaar bleven, omdat zij in hoofdzaak met den stilus
door het was heen in het hout gegrift werden, dat daar, door zijne blanke kleur,
duidelijk zichtbaar werd in tegenstelling met de zwarte deklaag.

Het tafeltje is het middenstuk van een triptychon, doch bevat de volledige akte
en het merkwaardige van de vondst blijkt wel uit het feit, dat noch uit ons land,
noch uit Engeland of Duitschland een houten schrijftafeltje bekend is, waarop de inscriptie
volledig bewaard bleef. Lindenschmit, die in 1907 2) aan de hand van Duitsche vondsten
eene aardige beschrijving gaf van romeinsch schrijfgereedschap, zag dan ook af van eene
afbeelding van de in het centraalmuseum te Mainz bewaarde fragmenten. De vertaling
van Vollgraff luidt als volgt:

1) Die Altertümer a. heidn. Vorzeit. B. V, H. IX, T. 53.

275
loading ...