Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 10.1917

Page: 278
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1917/0290
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
(V), wat natuurlijk naar den vorm juist kan zijn en ziet er eene afkorting in van Victrix,
waarmede hier alleen de legio VI Victrix bedoeld zou zijn.

Waar echter in de o. a. door Riese1) vermelde, op de romeinsche legers betrekkelijke
inscripties steeds het cijfer voorkomt, waarmede de verschillende legioenen werden onder-
scheiden, zie ik niet in, dat men het recht zou hebben op deze plaats iets anders te lezen
dan eene vermelding van de legio V, het vijfde legioen, dat o. a. blijkens de vondsten
van vele gestempelde tegels1 2 3) jaren lang te Vetera bij Xanthen lag en volgens de
laatste onderzoekingen van Riese s) geen bijnaam droeg. De bijnaam Alauda (leeuwerik)
moet in zijn eerstgemeld werk geschrapt worden, als behoorende bij een vijfde legioen,
dat o. a. deel uitmaakte van het Macedonische leger. Een bezwaar, door V. reeds aangevoerd,
blijft het, dat het vijfde legioen uit Vetera, volgens Riese en anderen, in 116 n. C. niet
meer bestond. De mogelijkheid is wellicht niet uitgesloten, dat onze inscriptie deze
opvatting wijzigt, maar mogelijk blijft het vooral ook, dat de in de akte genoemde
Gn. Minicius niet dezelfde is als die welke vermeld wordt in een diploma uit het jaar 116.

Het vijfde legioen heeft o. a. in het jaar 28 n. C. tegen de Friezen gevochten en is ook
belast geweest met de bewaking van deelen van Nederland, zooals blijkt uit gestempelde
legioen-tegels uit Nijmegen en eene inscriptie uit Heerlen. Te Vetera heeft het in het
jaar 70 n. C. kennis gemaakt met de Batavieren, onder leiding van Claudius Civilis.

Uiteraard werpt onze inscriptie nieuw licht op de geschiedenis van Friesland in
den romeinschen tijd en op het romeinsche recht, zooals het gold in de provincie, gelijk
in de aangehaalde artikelen in de »Vrije Fries” nader is uiteengezet. Dat de romeinsche
soldaten goede scribenten waren, blijkt reeds uit de opmerking van Vollgraff, dat de getuige
Cesdius eigenhandig zijn naam op het tafeltje grifte, en verder uit de omstandigheid dat
er in de eerste-eeuwsche legerplaats bij Hofheim in den Taunus niet minder dan 80 tot 100
schrijfgriffels (stili) gevonden zijn 4), meerendeels van ijzer en twee van been. De gemiddelde
lengte bedraagt 10—11 c.M., wat overeenkomt met den maat van een door mij in de »Vrije
Fries” afgebeelde beenen stilus uit de terp te Hijum, die 10.8 c.M. lang is.

Leeuwarden. Mr. P. C. J. A. BOELES.

DE LEGIOEN-TEEKENS IN DE VERZAMELING KAM.

Dr. A. W. Byvanck heeft in de vorige aflevering van dit tijdschrift eene uitvoerige
beschrijving gegeven van twee aanwinsten der verzameling Kam te Nijmegen bestaande
uit diervoorstellingen van brons, gelijk bij de Romeinen in zwang ter onderscheiding van
de verschillende legioenen. Uit een oogpunt van kunst is althans het paardje niet zonder
belang en ook als historische dokumenten verdienen deze zeldzame bronsjes onze volle

1) Das Rheinische Germanien in den Antiken Inschriften, S. 59 ff.

2) P. Steiner. Xanten (Katalog.) S. 50 ff.

3) Korrespondenzblatt, I, S. 38 ff.

4) Ritterling, Nassauer Annalen, B. 40, S. 186.

278
loading ...