34 BOUWGESCHIEDENIS DER St. JANSKERK TE ’s-HERTOGENBOSCH
Het atrium had verder in dit tijdperk tot b e 1 en di n g gekregen een bescheiden,
maar zeer oud Bagijnhof met kapel, daar ter plaatse door geen geschiedschrijver
ooit vermoed. Ik kom er bij de Gothische kerk breeder op terug.
Bij de toenemende stadsbebouwing bleek het atrium al heel spoedig een
groote „sperre” te zijn in het onderlinge verkeer der burgers. Al ras had men, van
de tegenwoordige Choorstraat uitgaande, over dat atrium heen, ongeacht dat het de
plaats was, waar recht gesproken werd (of was geworden) een schuinen uit-
Plaat XV. Binnen- en buitenaanzicht van de geprojecteerde Romaansche St. Janskerk (schip)
met later aangebouwden toren. Aan den toren een boogfries half van tufsteen half van baksteen.
Daarboven in schets het dak der tegenwoordige Lieve Vrouwe Kapel. Van het lange lichtraam
der onderverdieping vindt men nog eenig spoor op de Kapelgewelven terug.
weg gezocht in de richting van de vermoedelijke i n g a n g s poort van het
atrium. Van dien ingang liep, naar ik vermoed, een licht buigende, thans uitgewischte
weg, welke ter, tot nu toe onbekende, stadspoort in de Colpertstraat leidde.
Maar het water zoekt de laagste plaatsen en het publiek de kortste
verbinding. Zoo moet er op een gegeven oogenblik, mèt of zonder toestemming van
’s Hertogs domeinen, een verbinding, linea recta, tusschen Choorstraat en
Kerkstraat tot stand zijn gebracht, die van omstreeks 1240 tot 1280 bestond en
Het atrium had verder in dit tijdperk tot b e 1 en di n g gekregen een bescheiden,
maar zeer oud Bagijnhof met kapel, daar ter plaatse door geen geschiedschrijver
ooit vermoed. Ik kom er bij de Gothische kerk breeder op terug.
Bij de toenemende stadsbebouwing bleek het atrium al heel spoedig een
groote „sperre” te zijn in het onderlinge verkeer der burgers. Al ras had men, van
de tegenwoordige Choorstraat uitgaande, over dat atrium heen, ongeacht dat het de
plaats was, waar recht gesproken werd (of was geworden) een schuinen uit-
Plaat XV. Binnen- en buitenaanzicht van de geprojecteerde Romaansche St. Janskerk (schip)
met later aangebouwden toren. Aan den toren een boogfries half van tufsteen half van baksteen.
Daarboven in schets het dak der tegenwoordige Lieve Vrouwe Kapel. Van het lange lichtraam
der onderverdieping vindt men nog eenig spoor op de Kapelgewelven terug.
weg gezocht in de richting van de vermoedelijke i n g a n g s poort van het
atrium. Van dien ingang liep, naar ik vermoed, een licht buigende, thans uitgewischte
weg, welke ter, tot nu toe onbekende, stadspoort in de Colpertstraat leidde.
Maar het water zoekt de laagste plaatsen en het publiek de kortste
verbinding. Zoo moet er op een gegeven oogenblik, mèt of zonder toestemming van
’s Hertogs domeinen, een verbinding, linea recta, tusschen Choorstraat en
Kerkstraat tot stand zijn gebracht, die van omstreeks 1240 tot 1280 bestond en


