Van den Branden, Frans Jozef Peter
Geschiedenis der Antwerpsche schilderschool — Antwerpen, 1883

Page: 50
DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/vandenbranden1883/0062
License: Creative Commons - Attribution - ShareAlike Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
5o

De Meesters van Matsijs

vormde zich toch geheel en al naar Rogier den Oude. Even-
als deze, was hij dichterlijk en gevoelvol. Zijne kleur was ook
warm en heerlijk. Van vormen was hij malscher en ronder ;
hij teekende meer gekuischt en toonde vooral eene uiterste
keurigheid in het uitvoeren der handen. De studie der ge-
wrochten van dezen meester was dus zeer geschikt om den
begaafden Matsijs tot eenen der grootste schilders te doen op-
groeien. Dat hij ooit de eigentlijke leerling van eenen Meester
Rogier of van der Weyden zou geweest zijn, is zelfs door
Molanus niet bepaald gezegd. Met van Mander nemen wij
dus aan, dat Matsijs zich nooit rechtstreeks onder de leiding
van eenen meester stelde, en zich enkel ontwikkelde door het
bestudeeren hunner eigenaardigste en prachtigste tafereelen.

De meesters, die hem aldus tot voorbeeld dienden,
kunnen zoowel de van Eycken als de van der Weydens, en
zelfs Dirk Bouts van Haarlem zijn, die te Leuven zijne puik-
werken schiep. Aan uitheemsche Scholen ontleende Matsijs
niets. Hij verliet nimmer zijn vaderland, en de vreemde
meesterstukken der schilderkunst waren nog al te zeldzaam,
om onder het bereik te komen van den smid-schilder.

Met stille begeestering doordrong hij zich van den schep-
pingsgeest zijner groote Vlaamsche voorgangers ; doch zijne
kunstgewaarwordingen vertolkte hij door het penseel op eene
wijze en met middelen hem alleen eigen.

Hoe het zij, ongeveer dertig jaren oud, werd hij toch
reeds, in 1491, als vrijmeester der Antwerpsche Sint Lucas-
gilde aangenomen.

Daar geen zijner nog bestaande werken van zoo vroeg
dagteekent, zoo is het niet mogelijk den indruk te bepalen,
dien zijn optreden als meester tusschen onze kunstenaars
loading ...