Universitätsbibliothek HeidelbergUniversitätsbibliothek Heidelberg
Metadaten

Van den Branden, Frans Jozef Peter
Geschiedenis der Antwerpsche schilderschool — Antwerpen, 1883

DOI Page / Citation link:
https://doi.org/10.11588/diglit.20670#0277

DWork-Logo
Overview
Facsimile
0.5
1 cm
facsimile
Scroll
OCR fulltext
265

Te Antwerpen « hield hij met een meyt oft dochter huys,
welcke hy oock soude hebben ghetrouwt ; dan hem mis-
haeghde, dat sy altijt ghewent was te liegen. Hy maeckte
met haer een verbondt en bespreek, hy soude al haer loghenen
kerven op eenen kerfstock, waer toe hy eenen maeckte rede-
lijck langh, en so den kerfstock met der tijdt quam vol te wor-
den, soude 't houwlijck gantsch uyt en te nieten zijn, ghelijck
het eer langhen tijt gheschiede. » Toen hij met zijne knappe
maar logenachtige meid had afgebroken, scheen het leven
hem ondragelijk, door de al te groote eenzaamheid, die hem
omringde en geweldig verveelde. Breughel was eventwel de
man niet om zich lang te verdrieten. Hij overwoog eenen
stond wie hij zoo al in zijn leven ontmoet had, en ging
eensklaps naar Brussel, om de dochter van zijnen overleden
Meester Coecke ten huwelijk te vragen. Maria Coecke kende
hem sinds lang. Hij behoorde haar ter nauwernood te
herinneren, dat hij haar als kind nog op de armen had
gedragen, en zij dus ook wel op beurt zijn steun mocht
worden in den ouden dag. Het meisje had den geestigen
jongen en eigenaardigen kunstenaar sinds jaren eene bij-
zondere genegenheid toegedragen ; dus was het huwelijk ook
spoedig geklonken. Doch moeder Coecke, die eene doortrapte
vrouw en eene behendige schoonmoeder was, « besprack dat
Brueghel Antwerpen verlatende, moest comen woonen te
Brussel, opdat hy mocht verlaten en vergheten dat voorighe
meysken, het welck alsoo gheschiede. » Aldus verloren wij
onzen eigenaardigsten kunstenaar, wat stellig voor Antwerpen
eene ramp mocht worden geheeten.

De stedelijke regeering van Brussel wilde haren nieuwen
beroemden poorter welkom heeten, door hem eene bestelling
 
Annotationen