Van den Branden, Frans Jozef Peter
Geschiedenis der Antwerpsche schilderschool — Antwerpen, 1883

Page: 294
DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/vandenbranden1883/0306
License: Public Domain Mark Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
294

De familie van Cleve

stad terug; want, zooals van Mander het wel zegt, werd hij
schilder van Prins Maurits.

De familie van Cleve leverde een nog ruimer aantal
kunstenaars, waaronder een uitstekend landschapschilder. De
stamvader van allen was Willem van Cleve, op wien wij
reeds vroeger de aandacht vestigden. ' Hij had drie zonen,
Hendrik, Marten en Willem, die allen de schilderkunst be-
oefenden, en op hunne beurt vaders zouden worden eener
reeks schilders. Hendrik van Cleve ontving het levenslicht
omstreeks i52D, zijn broeder Marten in 1527 2 en Willem,
naar allen schijn, een achttal jaren later; want tusschen zijne
geboorte en die van Marten kregen zij nog drie zusters. Alle
drie de jongens oefenden zich in het teekenen onder het toezicht
huns vaders, en Hendrik en Marten gingen daarna in het
werkhuis van Meester Frans Floris palet en penseelen leeren
behandelen. Zoodra Hendrik een bekwaam schilder was
geworden, ondernam hij de gebruikelijke reis naar Italië. Hij
schetste er naar de natuur eenen voorraad van bergachtige
oorden, huizen en stadsgezichten, die hij later in zijne werken
te pas bracht. Toen hij ten jare 1551 binnen Antwerpen
was weergekeerd, liet hij zich tegelijk met zijne beide broeders
inschrijven als vrijmeester onzer Sint Lucasgilde. De jongste
hunner, Willem van Cleve, deed zich daarna in de kunstwe-
reld opmerken als « een goet schilder van groote figuren ; »
doch in 1364 liet hij Anna de Weese reeds weduwe met vier

1 Zie bladzijde 84.

2 Hij zelve verklaart op 2 April 1567 veertig jaar oud te zijn en getuigt dan tevens,
dat de schilder Nicolaas van den Slijcke en dezes vrouw, Hortensia Carré, geene ketters
zijn. Zie : Certificatieboek der stad Antwerpen, 1568, vol. II, fol. 116.
loading ...