Van den Branden, Frans Jozef Peter
Geschiedenis der Antwerpsche schilderschool — Antwerpen, 1883

Page: 326
DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/vandenbranden1883/0338
License: Creative Commons - Attribution - ShareAlike Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
326

Dood van Crispiaan van den Broeck

zou aanvangen ; doch zulks belette niet, dat hij toch zou
wederkeeren, zoodra zijn aangenomen werk, binnen zes we-
ken of twee maanden, zou voltooid zijn. 1 De gevraagde zes
weken afwezigheid werden hem toegestaan, en, als een man
van eer, deed hij zijn woord gestand ; want hij keerde in onze
stad terug. Op 3 Juni 1588 hield hij in onze Sint Joriskerk
een kind van zijnen kunstvriend Gillis Mostart over de doop-
vont, terwijl hij in dit jaar binnen onze stad tevens eenen leer-
ling ontving. Daarna schilderde hij nog op de archievenkast
der Antwerpsche Romanisten de beelden der Heiligen Petrus
en Paulus, patronen van dit broederschap. 5 Dit moet zijn
laatste werk geweest zijn. Op 6 Februari i5gi dient een zaak-
gelaste, «in den name van Barbara de Bruyn, weduwe wijlen
Meester Crispiaens van den Broecke, des schilders, » bij
ons Magistraat de klacht in, dat de rentheffers op haar huis
dit willen verkoopen, wat haren ondergang voor gevolg zou
hebben. 3

Meester Michiel van Coxcyen, wien wij daar zoo even
een pronkstuk zagen bestellen voor het Antwerpsche stadhuis,
was de vermaardste historieschilder van zijnen tijd. Tevens
was hij ook de oudste. Volgens hij zelf op verscheidene zijner
tafereelen verklaart, kwam hij ten jare 1499 ter wereld.
Zijne geboorteplaats was Mechelen. Hij begon er zijne kunst-
studiën en ontving daarna de lessen van Barend van Orley.
Vervolgens toog hij naar Italië, om er Raphaëls trant derwijze
af te kijken, dat ook hij den schijneerenaam van « Vlaamschen
Raphaël » ontving. Michiel van Coxcyen zeiven waren noch-

1 Requestboeh der stad Antwerpen, 1584, fol. 161.

! Th. van Lerius : Catalogue du Musée d'Anvers.

3 Requestboeh der stad Antwerpen, 1590-91, fol. 158 v
loading ...