Van den Branden, Frans Jozef Peter
Geschiedenis der Antwerpsche schilderschool — Antwerpen, 1883

Page: 404
DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/vandenbranden1883/0416
License: Public Domain Mark Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
404

Van Veen Hofschilder

vier maanden in onze stad woonde, vertrok met zijnen vader
naar Aken en van daar naar Luik, waar hij zijne kunststudiën
voortzette, bij den schilder-dichter Dominicus Lampsonius.
Drie jaren later trok de jonge van Veen over de Alpen. Te
Rome bleef hij vijf jaren leerling van Federigo Zucchero.
Daarna keerde hij naar Luik terug, om er page te worden
van den Aartsbisschop Ernst van Beieren. Vervolgens maakte
hij deel van een gezantschap bij den Duitschen Keizer
Rudolf II, en in 1584 bezocht hij zijne geboortestad. Toen
het volgende jaar de zuidelijke Nederlanden weer onder het
Spaansche juk vervielen, werd hij de Hofschilder van onzen
Landvoogd Alexander Farneze.

Otto van Veen was een man, die weinig van het karakter
had der Nederlanders. In plaats van met en voor zijn volk te
leven, hield hij zich daar zooveel mogelijk van gescheiden, om
in hoogere kringen te verkeeren. Hij was een degelijk geleerde,
doch verloochende zijne taal, om de Latijnsche letteren te be-
oefenen, en zelfs verbasterde hij zijnen Nederlandschen naam
in Otto Vaenius. Zoomin als zijne ouders, was hij een vader-
lander. Als vleier onzer beheerschers ,vond hij tusschen al
onze kunstenaars zijne weerga niet. Zoo schilderde hij
Alexander Farneze door de Deugd naar den Tem-
pel der Glorie geleid. Dit groot allegorisch portret van
onzen overwinnaar, werd in plaat verspreid door des-schil-
ders broeder, Gijsbrecht van Veen. 1 Parma was daarop
afgebeeld in volle wapenrusting, met den Herculesknods en
Minerva's onverwinbaar schild, en verpletterend den Neder-

' Een afdruk dezer plaat berust in de g ra vuur verzameling der stad Antwerpen in het
Museum Plantijn.
loading ...