Van den Branden, Frans Jozef Peter
Geschiedenis der Antwerpsche schilderschool — Antwerpen, 1883

Page: 558
DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/vandenbranden1883/0570
License: Creative Commons - Attribution - ShareAlike Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
558

Intrede van den Prins-Kardinaal

boezemvriend, de stadsgreffier Kasper Gevaerts, leverde al
de hoogdravende Latijnsche opschriften, welke in gouden
letteren op de praalstukken zouden schitteren, en ontving
daarvoor 480 gulden. Ook Rubens' huisvriend, Jan van
Mildert, en zijn neef en medewerker, Jan Wildens, hadden
hun aandeel in de bestellingen. De eerste beitelde, voor 8900
gulden, verscheidene steenen beelden om op de bogen en
tooneelen te pronken ; de laatste maalde, ten prijze van
600 gulden, twee tafereelen voorstellende, de Water- en
Landzijde der Stad Antwerpen.

Daar de intrede van Fernando op half Januari was be-
paald, zoo moest er bij winterdag, onder den blooten hemel,
worden gearbeid, om bijtijds klaar te zijn. Het regende en
waaide echter zoo deerlijk, dat er voor 369 gulden zeilen moes-
ten worden gehuurd, ten einde onze kunstenaars te beschutten.
Dan werd het zoo grimmig koud, dat de verven op het palet
stolden en het penseel niet meer bewoog in de versteven
handen. Om de schilders toch voort te laten werken, vroeg en
verkreeg ons Magistraat toen den pand en den grooten refter
der Lieve-Vrouwenbroeders, op de Mein Voor dit gebruik
schonk de Stad den paters eerst een kwarteel Franschen witten
wijn en later nog i5o gulden. Op de handelsborze, waar de
kooplieden zich nu toch niet meer verdrongen, bereidden de
timmerlieden uitgezaagde figuren en sieraden, en zij ver-
wekten daarbij eenen dusdanigen rook, dat de schilderijen, op
de borze te koop gesteld, er werden door beschadigd.

Ten einde den te grooten toeloop van volk op den buiten
te verhoeden, had men den Prins verzocht te water naar Ant-
werpen te komen. Nu de bepaalde tijd verschenen was,
lag zelfs de Schelde toegevrozen. Dus werd de feestelijke
loading ...