Van den Branden, Frans Jozef Peter
Geschiedenis der Antwerpsche schilderschool — Antwerpen, 1883

Page: 652
DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/vandenbranden1883/0664
License: Public Domain Mark Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
652 Vereering van Quinten Matsijs

len Breughel had gewis ook die beide gewrochten ontworpen;
want met hem werd de koop gesloten. !

Hoe kostbaar deze keurgewrochtcn onzer schilderkunst
ook waren, toch verdreven zij niet volkomen het spijt
Hunner Hoogheden over het weigeren van het uitgelezen pa-
neeltje van Meester Quinten. De smid-schilderwas weer een
algemeen gevierde kunstgod geworden, wiens scheppingen
men als aanbad en wiens dichterlijke geschiedenis in alle
Antwerpsche huiskringen van mond tot mond werd overge-
leverd. De grootste verheerlijker van den ouden Meester
bleef toch altoos Cornelis van der Geest. De beroemde
ijzeren putkevie, die Quinten als jongeling met den hamer
smeedde, was van de Groote Markt overgebracht naar het
Kleine Onze-Lieve-Vrouwenkerkhof, welke plaats thans de
Handschoenmarkt wordt geheeten. Van der Geest ging dit
ijzeren pronkstuk dikwijls bewonderen, en dan trad hij eenige
schreden verder tot aan den voet van den majestatischen
toren der hoofdkerk, alwaar onder den uitgemergelden zerk,
Matsijs' gebeente rustte. Toen het Magistraat, ten jare 1617,
gebood al de grafsteenen van het Klein Kerkhof weg te
ruimen, deed de stadsbouwmeester Antoon Behagel den zerk

' Zulks blijkt uit de volgende akten:

« Mijnen Heeren Borgemeesteren ende Schepenen hebben geordonneert den Treso-
riers ende Rentmeestere, te coopea van Jan van Breugel, schilder, twee constige schilde-
rijen, representerende de V ij ff Sinn en, waer inne gevrocht hebben tweelff diversche
van de principaelste meesters deser stadt, om geschoncken te worden aen Hare Door-
luchtichste Hoocheden, onse genadighe Heeren ende Princen. Actum in Collegio 8 Octo-
bris 1618. »

« Mijnen Heeren Borgemeesteren ende Schepenen hebben den Tresoriers ende
Rentmeestere, te wetene Jan de Ram, Tresorier ende Ontfanger van de consomptien deser
stadt, te betalen aen Jan van Breugel, schilder, de sonime van tweeduysent tweehondert
guldens, voor den prijs van de twee constige schilderijen, representerende de Vij ff'
Sinn en, van hem gecocht, om te schencken, van dese stadtswegen, aen Hare Doorluch-
tichste Hoocheden, onse genadige Heeren ende Princen, volgende de collegiale acte van
den 8 Octobris lestleden. Actum in Collegio 16 Novembris 1618. »

Collegiaal Aktenboek der stad Antiverpen, i6i6-i8, fol. 224.
loading ...