Van den Branden, Frans Jozef Peter
Geschiedenis der Antwerpsche schilderschool — Antwerpen, 1883

Page: 673
DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/vandenbranden1883/0685
License: Creative Commons - Attribution - ShareAlike Use / Order

0.5
1 cm
facsimile
Frans Snijders

673

talent ook zelfstandig ontwikkelden, leverden tafereelen, welke
thans nog wereldberoemd zijn.

Frans Snijders was, na den Fluweelen Breughel, de
oudste, en na Antoon van Dijck, de befaamdste van Rubens'
medewerkers. Hij was zoon van den wijntavernier der ver-
maarde « Groote Bruyloftcamere, » 1 waarin de rampzalige
Frans Floris zijn fortuin verbraste. De hospes van dit
grootste drink- en smulhuis noemde zich Jan Snijders. Zijne
wederhelft; die in hare befaamde keuken de fijnste vogels
plukte en het smakelijkste wild aan het spit of in den oven
stak, heette Maria Gijsbrechts. Hun wijnhuis, zoowel als
hunne tafel, werd druk bezocht door onze kunstenaars. Zoo
kwam het gewTis, dat twee der zes kinderen van den tavernier
Snijders neiging kregen voor het beoefenen der kunst. Het
eene dezer kinderen was Michiel Snijders, die,zich tot na
1661 « constschilder » noemde, doch geene werken naliet;
het andere was onze Frans, die op 11 November 1579 over
de doopvont der hoofdkerk werd geheven, en met wien wij
ons alleen zullen bezig houden. Volgens den Liggere onzer
Gilde werd de jongen ten jare i5g3 leerling van den Helschen
Breughel. Echter staat er onder zijn portret, door Antoon van
Dijck geschilderd en door Jacob Neefs gegraveerd, dat hij ook
lessen ontving van Hendrik van Balen. In 1602 werd Frans
Snijders meesterschilder van Sint Lucasgilde; doch in 1608
bevond hij zich in Italië. Reeds den 2(5n September van dit
jaar schreef de Fluweelen Breughel naar Milaan, dat zijn
trouwe vriend, de schilder Frans Snijders, aldaar van Rome
zou aankomen, en hij beval hem ten zeerste aan bij zijne be-
middelde kennissen. In de lente van het volgende jaar was

1 Zie bladzijde 214,

43
loading ...