Van den Branden, Frans Jozef Peter
Geschiedenis der Antwerpsche schilderschool — Antwerpen, 1883

Page: 690
DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/vandenbranden1883/0702
License: Public Domain Mark Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
690 Jacob Fouquier

van den Brande, daagde onzen schilder voor den heer Ofïiciaal
van het geestelijk Hof; maar van Uden dacht het geraadzaam
dergelijk geding te vermijden. Op 6 Juli i63o beloofde hij
voor notaris, buiten de groote sommen die hij reeds aftelde,
nog zes jaar lang 8 patacons te zullen betalen voor de verzor-
ging van het kleintje, waarvan men beweerde dat hij vader
was. Zulks belette toch niet, dat van Uden als kunstenaar
en meester in hoogachting stond. Behalve zijne eigene zonen,
ontving hij eenige leerlingen, waartusschen Philips Augustijn
van Immenraeten Jan Baptist Bonecroyzich onderscheidden.
In den zomer van 1667 verloor Lucas van Uden zijne gade,
en op 4 November 1672 lag hij zelve op het doodsbed uitge-
strekt. Hij verklaarde in Sint Jacobskerk bij zijne vrouw te
willen begraven worden. Zijnen gebrekkelijken zoon Lucas
maakte hij vooruit 100 gulden, benevens eenige zijner teeke-
ningen en printen. Zijne zonen Jan Baptist en Lodewijk, die
het land hadden verlaten, werden met 6 gulden uitgesloten in
de erfenis, welke verdeeld werd tusschen Adriaan, Lucas,
Anna en Catharina van Uden.

Men wil ook dat Jacob Fouquier landschappen in
Rubens' tafereelen maalde. Dit schijnt echter zeer onzeker.
Fouquier, zegt men, werd te Antwerpen geboren omstreeks
i58o. Hij zou zijn talent hebben ontwikkeld onder de lei-
ding van Joos de Momper en den Fluweelen Breughel. Ten
jare 1615 wTerd er een « Jacques Foucque, schilder, » bij
AntwTerpens Sint Lucasgilde opgenomen ; doch wTij durven
niet bevestigen, dat die persoon dezelfde was, welken Cor-
nelis de Bie « Jacques Focquier, landschapschilder tot
Parijs » noemt. Deze vermaarde Fouquier was eenigen tijd
werkzaam aan het versieren van het Heidelbergsche paleis
loading ...