Universitätsbibliothek HeidelbergUniversitätsbibliothek Heidelberg
Metadaten

Van den Branden, Frans Jozef Peter
Geschiedenis der Antwerpsche schilderschool — Antwerpen, 1883

DOI Page / Citation link: 
https://doi.org/10.11588/diglit.20670#0774

DWork-Logo
Overview
loading ...
Facsimile
0.5
1 cm
facsimile
Scroll
OCR fulltext
762

Schuts meistand

De buitenlandsche museums toonen van Schut, te Rot-
terdam : Spelende Kinderen in een Landschap; te
Rijsel : Alexander, die den Gordiaanschen Knoop
doorhakt; te Weenen : Leander, beweend door Hero;
te Brunswijk : M ercu riu s, zwevende boven zijne Ge-
liefde, die met hare Bacchanten gaat offeren; te'
Kopenhagen : Bacchus, Ceres en Venus, benevens
de Kroning van Maria, en te Dresden : Neptunus
met Amphitrite en de Offerande aan Venus. De
meeste der gewrochten van Schut verwierven algemeenen
bijval ; want Wenzel Hollar, Peter de Jode, Michiel Nata-
lis, Jan Vinck, Lucas Vorsterman, Frans van den Wijgaerde
en Jan Witdoeck vermenigvuldigden zijne puikstukken in
prachtige platen.

Als man en vader was onze kunstenaar minder gelukkig.
Den 2911 September 1637 verloor hij zijne gade, die sedert
haar huwelijk krank was. Zij liet hem weduwenaar met twee
zwakke meisjes en een zoontje, dat met eene breuk ter
wereld kwam. Om dit laatste kind te genezen, beloofde de
vader aan eenen Minderbroeder van Mechelen eene schilderij
van 3oo gulden ; doch het zoontje en ook zijn jongste zusterken
volgden moeder in het graf. Op 26 Februari i638 maakte de
weduwenaar huwelijksvoorwaarden met Anastasia Scelliers,
welke hem nog twee dochters en twee zonen schonk. Van
einde Maart i63? bewoonde Schut een huis « het gulden
Pantsier, » nummer 23 der Paddengracht, dat hij in huur had
aan 450 gulden het jaar. In 1648 bezat hij ook een met water
omringd speelhof te Hoboken, en op 24 Juli 1649 kocht hij
een ander hof in de Kasteelsche Lei onder Berchem. Om
naar zijn buitengoed te rijden, wilde Schut eene koets hebben,
 
Annotationen