Van den Branden, Frans Jozef Peter
Geschiedenis der Antwerpsche schilderschool — Antwerpen, 1883

Page: 776
DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/vandenbranden1883/0788
License: Public Domain Mark Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
776

Van Thulden als Deken

verordening van 1619, om zijnen opvolger het tekort der
sluitende rekening te doen dekken, waarvan de aankomende
Deken Cossiers niet wilde hooren. Op 27 November 1640
deed van ThnMen de. boeken der Gilde eischen, om af te re-
kenen ; doch hij kreeg ten antwoord, dat de vergadering een-
parig weigerde hem zijne rekening met een- tekort te laten
sluiten en inschrijven. Onze aftredende Deken had tot den
laatsten penning, dien hij ontving, uitbetaald, maar daarna
moest, onder andere, de huur der kamer nog voldaan worden,
waarom de Gilde van den Ouden Voetboog beslag legde op
den huisraad van Deken van Thulden. Deze beweerde, dat
niet zijne meubelen, maar die der Schilders-Kamer moesten
worden aangeslagen. Onze rechters waren integendeel van
meening, dat een verantwoordelijke Deken zijne tering naar
de nering moest weten te stellen, en van Thulden werd den 3n
Augustus 1641 nog verwezen tot al de kosten van het geding.
Zulke uitspraak schijnt van Thulden geërgerd te hebben ; want
wij zien hem zich als het ware afscheiden van zijne kunst-
makkers. Ten jare 1647 riep men hem terug naar Parijs, om
voor den hoogen altaar van gemelde kerk der Trinitarissen
eene Heilige Drievuldigheid, eene Onze-Lieve-
Vro uw-Hemelvaart' en de N ederda ling van den
Heiligen Geest te malen, welke gewrochten zich nu in de
museums van Grenoble, Angers en Le Mans bevinden. In
1648 werd hij naar het Huis ten Bosch ontboden, om er de
genoemde Oranjezaal met meesterstukken op te luisteren.
Toen hij die heerlijke werken had voltrokken, vestigde hij zich
met vrouw en kroost in zijne geboortestad 's Hertogenbosch.
Aldaar teekende hij, op 5 Juni i652 en 27 April 1655, vol-
machten voor zijne medevoogden over de afstammelingen van
loading ...