Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 3.1910

Page: 132
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1910/0144
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
een vierkante ondermetseling aan het talud van den dijk is een hardsteenen kolom met
lijstkapiteel en basement geplaatst, waarboven een zandsteenen Justitiabeeld. In de kolom
zijn de doken nog te zien, waarin vroeger de katrol bevestigd werd om de armen van
den veroordeelde te spannen, en van een ijzeren ring, waarin zijn middel bij geeseling of te
pronkstelling gesloten werd. De paal dateert waarschijnlijk uit het laatste kwart der 17de eeuw.

In het dorp zijn eenige eenvoudige 17de eeuwsche geveltjes, deels met metselmozaiek,
en in een bescheiden huisje vindt men een zeer mooi tegeltableau uit 1640 van 21 X 11
paarsche tegels, met zeer groote figuren van Liefde, Eendracht, Getrouwheid en Standvastigheid.

J. C. OVERVOORDE.

RESTAUREEREN VAN OUDE BOUWWERKEN.

Ter vergemakkelijking van de discussie op de vergadering van 1 Juli a. s. verzocht
het bestuur van den Bond aan de H.H. Cuypers en Vogelsang om een praeadvies uit te
brengen over het restaureeren van oude bouwwerken. Hierop werden de hieronder volgende
praeadviezen ontvangen.

I. PRAEADVIES VAN DEN HEER Jos. Th. CUYPERS.

De aanleiding tot redelijke herstellingswerken vinden wij in de plicht, die rust op
het beschaafd individu evenals op de gemeenschap om de goederen (van materieelen of
intellectueelen aard) verworven door onze voorzaten, zoo goed mogelijk in waarde en
wezen te behouden.

Ware die plicht in vervlogen dagen steeds met de juiste piëteit voor 't voorgeslacht
en de noodige kennis van de technieken der voorgangers betracht geworden, dan zouden
wij heden niet voor dit ingewikkeld en teere vraagstuk geplaatst zijn.

Het vervullen van dien plicht eischt echter diepgaande historische kennis.

De XIX eeuw deed aan die historische studie, en meende al spoedig, daarvan het
laatste woord te kennen; — maar naarmate de oude kunst meer wordt bestudeerd, voelen
wij den afstand grooter en grooter, die ons daarvan scheidt.

Wij staan nu voor het alternatief van óf onze monumenten ten gevolge van den
steeds scherper knagenden tand des tijds te laten vervallen, — en in de noodzakelijkheid
te komen van ze op een bepaald oogenblik te moeten opruimen, — óf de handen
te moeten uitsteken en tegen het voortwoekerend verval actief op te treden, — in vele
gevallen zelfs meer te doen — namelijk weder terug te brengen hetgeen vorige eeuwen
lieten verloren gaan, om daardoor den levensduur van 't monument te kunnen verlengen,
wellicht voor onbepaalden tijd.

Hoe moeten wij restaureeren?

Het doel van onze herstellingswerken moet zijn het monument met zijn aesthetische
en historische eigenschappen zoo ongeschonden mogelijk te bewaren.

Dit behouden en bewaren eischt, uit den aard van de vergankelijkheid der bouw-
stoffen, noodzakelijk het vervangen van verweerde en vergane gedeelten, zoodra deze voor

132
loading ...