Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 5.1912

Page: 97
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1912/0109
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
zekerheid1 1) vastgestelden Leeuwarder meester; onder den invloed o. a. van het werk van
Paulus van Vianen, blijkens een door Dr. Pit aan dezen toegeschreven looden plaket in
het Nederlandsch museum, geheel overeenkomende met eene voorstelling van Mercurius
door jupiter afgezonden om Argus te dooden, voorkomende op den grooten schotel. De
prachtig geteekende dolphijn, die tot handvat dient voor de kan, is weer geheel gelijk aan
het oor van eene in 1655 door johannes Lutma gedreven schenkkan, in hetzelfde museum.

Mr. P. C. T. A. BOELES.

DE FRANEKER MONUMENTEN.

Franeker met zijne indrukwekkende kerk, zijn schilderachtig stadhuis, oude stinsen
en wallen is een der aardigste oude stadjes, die men hier te lande kan bezoeken.

Op de stille grachtjes en in de deftige Voorstraat hangt nog zoo echt de atmospheer
van het oude akademieleven. Men voelt dat daar studenten hebben gehuisd en waardige
professoren.

Eenig zijn ook de herinneringen aan den machtigen Frieschen adel, zooals die
hier in het laatst der 15de en vooral in de 16de eeuw huisde in betrekkelijk kleine ridderhuizen
of stinsen. Alleen het voormalige geheel uit het water opgetrokken Sjaerdema-slot, met
twee zware ronde torens op de hoeken, maakte eene uitzondering door zijne meer forsche
afmetingen.

De andere stinsen hebben of hadden meer het uiterlijk van Heringa-state te Marssum:
breede dwarshuizen met hoog zadeldak, smalle zijgevels en een traptoren aan den
achterkant, waar soms een vleugel aangebouwd was. Zoo vertoont zich nog het Martenahuis;
terwijl een Botniahuis te herkennen is in het tegenwoordige diaconie-weeshuis; de stins
van Sicke Sjaarda in het logement de Valk. De sierlijke plattegond, in 1598 gegraveerd door
Pieter Bast, geeft nog heel wat meer van dergelijke ridderhuizen, en in den ommegang
der Maartenskerk staan steen aan steen, als een imposante historische galerij, de forsche
en rijk bekapte grafzerken van al die machtige eerbare en eerentveste Heeren en Juffrouwen,

1) In eene studie, getiteld »De Popta^schat in het museum te Leeuwarden, en wie was de Meester,"
voorkomende in de »Navorscher" 1911, blz. 534 v.v., tracht de heer F. Bakkers, rustend zilversmid te
Leeuwarden, aan te toonen dat Hillebrand Brongersma, die in 1646 meester werd te Leeuwarden en
het laatst vermeld wordt in 1666, de maker zoude zijn. Waar deze schrijver zelf vermoedt dat Brongersma in
1670 reeds overleden was, is het met zijne theorie in strijd, dat zich in het bezit der familie van Eysinga
bevinden twee gedreven kandelaars (catalogus der Leeuwarder zilvertentoonstelling van 1900, no. 218),
in den stijl van die van Mensma, welke het meesterteeken van den Popta-schotel hebben en de o.a.
in 1670 gebezigde jaarletter, terwijl hun stijl niet toelaat aan te nemen dat deze jaarletter een twintig
jaren vroeger ingeslagen werd. Een tweede onopgelost bezwaar is dat het meesterteeken van Brongersma,
behalve een onduidelijk overgeleverde figuur, dat dan het bekerteeken van den Popta-schotel zou moeten
zijn, bestond uit de letters H. B., die op het bewuste zilver niet voorkomen, een en ander volgens
de eenige bekende afbeelding van dat meesterteeken, op een houten bord met dergelijke Leeuwarder
merken in het gemeente-archiel aldaar.

97
loading ...