Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 7.1914

Page: 196
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1914/0209
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
door den strijd wordt geteisterd, maar aan de algemeene beschaving en aan allen, wier
gezichtskring wijder is, dan die van een eenzijdig ontwikkeld legerhoofd.

Dit verlies treft in de eerste plaats ook ons, Noord-Nederlanders, wier beschaving
en kunst zoo nauw verwant zijn aan de schoone Vlaamsche kunst uit den tijd van
haren hoogen bloei.

Leuven is verwoest, zoo klonk het haast ongelooflijk bericht, doch, helaas, wat
in onze eeuw van zoogenaamde beschaving onmogelijk scheen, het bleek waarheid. Een
innig medelijden met de onschuldige slachtoffers, gemengd met een snijdend smartgevoel
trof ons in eigen boezem, omdat met de kunstschatten van Leuven zooveel is onder-
gegaan, wat ook ons zoo lief was en zoo nauw verwant aan onze eigen kunst. In enkele
uren zijn tal van wereldberoemde kunstschatten, zoovele uitingen van het hoogste kunst-
gevoel, aan de vernietiging prijsgegeven, waaronder werken, zooals nog geen van het thans
levend Duitsche geslacht heeft voortgebracht. En dan nog te denken, dat, zooals velen
meenen, voor deze barbaarsche daad zelfs niet de minste reden bestond, en dat slechts een
misverstand bij een deel der Duitsche troepen zelf heeft aanleiding gegeven tot dit bloedbad
en dit ongehoord vandalisme. Doch al mocht de Duitsche lezing juist blijken, dan nog
kan hetgeen vooraf ging, geen verontschuldiging zijn voor deze daad.

Mij ontbreken thans de gegevens om in een kort artikel samen te vatten, wat
Leuven voor de beschavingsgeschiedenis beteekende; slechts een kort overzicht kan ik
geven van de belangrijkste kunstwerken, waarbij ik mij beperk tot de lieflijke herinneringen
aan een vroeger bezoek aan deze schoone stad en tot enkele gegevens, die ik ontleen
aan het uitnemende werk, dat Dr. H. van der Linden in 1909 aan Leuven wijdde.

Het schitterend raadhuis, een juweel van laat-gothische bouwkunst, in 1448—1459
gebouwd door Matheus de Layens, is gelukkig grootendeels gespaard, al zal ook hierbij
wel eenige schade aan het fijne beeldwerk zijn toegebracht. Het is een der fraaiste, zoo
niet het fraaiste der Vlaamsche paleizen van burgerkracht en strekte o. a. ten voorbeeld
voor het in 1525 door Hendrik van Pede gebouwde stadhuis van Oudenaerde. Bekend
zijn de zoogenaamde historische zaal met de fraaie schouw en de schilderijen van
Dirk Bouts, Jan van Billaert, O. Venius, de Crayer, van Orley en anderen.

Vrijwel verwoest schijnt daarentegen de beroemde Sint Pieterskerk, een kruisvormige
driebeukige basiliek met kapellenkrans rond het koor. Deze kerk maakte van binnen een
majestueusen indruk door de sierlijkheid der proporties. Zij werd in de jaren 1425—1497
gebouwd naar de plannen van Sulpicius van Vorst, ook wel Plissis van Diest genaamd,
en werd na diens dood onder verschillende bouwmeesters voltooid, waaronder o. a.
Jan Keldermans en Matheus van Layens, de ontwerper van het Raadhuis. De voorgevel
werd in 1507 begonnen naar het ontwerp van Joost Metsijs, die zich gedeeltelijk aansloot
bij de oudere plannen van Gilis Stuerbout uit 1481. Deze voorgevel kwam nooit gereed.
Toen de bovenbouw te zwaar bleek, werd, na kleine instortingen in 1578 en 1603, een
gedeelte afgebroken en werd de voorbouw tot de thans aanwezige hoogte teruggebracht.
De kerk verving een oudere kerk, waaraan nog de ruime 13de-eeuwsche krypt herinnert.

196
loading ...