Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 5.1912

Page: 13
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1912/0025
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
DOEL DER PLAATSELIJKE MUSEA1).

1. Elk museum behoort een nauwkeurig omschreven doel te hebben, met een
programma van hetgeen door de directie verzameld moet worden.

N.B. Deze stelling is volgens sommige leden der Commissie een axioma. De meerderheid
meent echter reden te hebben ze te stellen, omdat meer dan een onzer musea geen dergelijk
duideiijk omschreven programma schijnt te bezitten.

2. Het behoort tot de taak van den Nederlandschen staat, in zijne openbare
verzamelingen van schoone kunsten in de eerste plaats de meesterwerken op het gebied
der Nederlandsche schilder-, teeken-, prent-, beeldhouw-, penning- en medailleerkunst,
alsmede der verschillende uitingen van nationale kunstnijverheid, zoo volledig en zoo
representatief mogelijk bijeen te brengen.

Bovendien groepeere men om deze meesterwerken buitenlandsche kunstwerken en
kunstwerken van minder hoogen rang van baanbrekende voorgangers en talentvolle tijdgenooten
en navolgers; deze beide categorieën eenerzijds om het belang, dat deze op zichzelf hebben,
anderzijds om daardoor aanschouwelijk voor te stellen hoezeer de groote meesters uitblinken,
hoe ze op hun hoogte gekomen zijn, en welken invloed zij hebben uitgeoejend.

N.B. Deze stellingen zijn een jaar geleden reeds door onze vergadering aangenomen; wij
veroorloven ons, ze hier te herhalen.

3. Er behoort te zijn een afzonderlijk rijksmuseum (of meer dan een), gewijd aan
de beschaving en de geschiedenis van Nederland in den meest uitgebreiden zin. [Aan de
bespreking van het doel van dit museum en zijne verhouding, zoowel tot de andere
rijksmusea als tot de plaatselijke musea, worde eene afzonderlijke vergadering van den
Bond gewijd].

N.B. Dit onderwerp, — bijzonder gewichtig, omdat het de goede organisatie der rijksmusea
eerst mogelijk maken zal, — kan ook hier niet gemist worden, omdat het bedoelde museum
ongeveer van denzelfden aard zal zijn als de plaatselijke musea. Het onderwerp is echter
te veelomvattend, om het thans terloops te behandelen. Aan de bespreking van het doel vari
dit museum en zijne verhouding, zoowel tot de andere rijksmusea als tot de plaatselijke musea
worde een afzonderlijke vergadering van den Bond gewijd.

4. Ook verdient aanmoediging het [oprichten] bijeenbrengen van [musea] afzonder-
lijke verzamelingen van reproducties van voorwerpen van kunst en kunstnijverheid, [ten
dienste van het onderwijs],

N.B. Het scheen ons noodig, vooraf het doel van de drie soorten van algemeene musea
vast te stellen, voordat wij het doel de plaatselijke musea gingen bespreken.

5. Onder plaatselijk museum wordt in het volgende verstaan de verzameling van

1) In dezen atdruk zijn de ter vergadering aangebrachte veranderingen opgenomen, met dien
verstande dat de uit de oorspronkelijke redactie uitgevallen woorden tusschen [ ] zijn geplaatst, de
nieuw tusschengevoegde cursief zijn gedrukt.

13
loading ...