Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 5.1912

Page: 135
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1912/0147
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
schepping niet geringschatte en haar wenschte te bewaren. Voor ons zoovele getuigen
van een waardevol atelier-gedoe, hetwelk wij ons gaarne denken in den op nieuws
belusten, proeven nemenden kring van den grooten denker-kunstenaar.

Wij mogen ons, naar ik meen, gelukkig achten dit brons, dank zij de mildheid
van eenige kunstvrienden, voor onze verzameling te hebben kunnen aankoopen. Met de
merkwaardige groep van den Pegasus uit het bloed van de Medusa ontspringende (zie
«Bulletin” 1907, blz. 192) bezitten wij twee niet genoeg te waardeeren producten van
het kunstzinnig streven waarin wij den oorspong van onzen eigen modernen geest herkennen.

Ook voor de verzameling meubelen hebben wij een aanwinst te boeken. Sedert
lang ben ik zoekende geweest naar een meubel, commode of tafel, in den stijl van
Lodewijk XV, met bronzen beslag, waar het kenmerkende asymetrische in het ornament
goed uitkomt. Een dergelijk, zoowel deugdelijk als, wat prijs aangaat, bereikbaar meubel
mocht ik tot dusver niet verwerven. Ik vond echter een pendule op console, met uurwerk
van Fourrier te Parijs, van verguld brons, zeer fraai geciseleerd, waarvan het vrije modelé,
volstrekt asymetrisch, toch een volkomen evenwicht vertoont dat in al zijn rijkdom
rustig aandoet.

De pendule zou ook zelfstandig kunnen gebruikt worden, is een in zich zelf gesloten
geheel, maar het ornament van de console werkt niet te min sterk mede het aanzien van
afheid van het geheel te bevorderen.

Plet rocaille ornament wijst op een tijd dat ornamentisten als Juste-Aurèle Meissonnier,
Thomas Germain en de gebroeders Slodtz zich hadden uitgesproken, zoodat wij de pendule
omstreeks 1750 kunnen dateeren. Wij hebben hier voorzeker almêe het beste, waarin de
ornamentkunst, tot een maximum van vrijheid gekomen, zich heeft geopenbaard. Niet
eenieder zal deze vrijheid van bewegingen kunnen verdragen, maar zijne waardeering zal
toch wel niemand aan het gebonden evenwichtige in deze phantastische plastiek kunnen
onthouden. De aesthetische beschaving, die zoo iets voortbracht, moet op eene voor ons
nauwelijks te beseffen hoogte gestaan hebben.

A. PIT.

■ -- — - -— HEI - = E

EEN ONBEKEND PORTRET VAN PRINS WILLEM II OP
9- OF 10-JARIGEN LEEFTIJD, GESCHILDERD DOOR DIENS LEERMEESTER
IN HET TEEKENEN PIETER QUAST.

In het belangrijke artikel van Dr. Abr. Bredius over Pieter fansz. Quast («Oud
Holland” 1902, blz. 65—82) komt voor als bewijs, dat Quast wel de leermeester in het
teekenen kan geweest zijn van Prins Willem II, een reproductie naar P. Quast A°. 1639,
waar de Prins in een vertrek staat te kijken naar het bok, bok, sta vast spel van zijn pages :

Siet hoe syn Hoocheyts Soon (een Prins vol van Couraigien)

Hem somwylen vermaeckt Int springhen van syn Paigien.

135
loading ...