Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 5.1912

Page: 54
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1912/0066
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
Het onderling verband van deze tafereelen zal allicht niet een ieder, die den tekst
van den Spieghel onser behoudenisse niet voor zich heeft, duidelijk zijn en het zou een
geringe moeite wezen de nieuwsgierigheid van mijn lezers te bevredigen. Maar zulk een
prikkel heeft zijn nut en ik meen gevoegelijk te kunnen wachten tot de geheele schilderingen
zijn blootgelegd om dan ineens bij de afbeeldingen der oude houtsneden het verband
van alle typen en antitypen te kunnen uiteenzetten en de minder of meerdere afhanke-
lijkheid van het voorbeeld vast te stellen. Al deze voorstellingen in de breedere of smallere
traveeën — niet de boom van Jesse — worden gevat in randen van Gothische bogen,
distelachtige bloemen verbindend, mooie breede ornamenten vormend, die veel aan ver-
luchte handschriften doen denken, zonder toch zoover ik weet, in hun regelmatige
dichtheid daarin een sprekend voorbeeld te vinden.

J. SIX.

KORTE MEDEDEELINGEN.

* * ♦

Openluchtmuseum. — Den 24en April werd te Arnhem eene vergadering gehouden
tot oprichting van eene vereeniging tot het stichten van een Openluchtmuseum aldaar.
De voorzitter van het oproepingscomité, de Heer F. A. Hoefer, zette het doel en de
inrichting uiteen en wees op de groote voordeelen, die de ligging van Arnhem hiervoor
biedt en het schitterend aanbod van het Dagelijksch Bestuur om, onder nadere goed-
keuring van den Raad, hiervoor een uitgestrekt terrein, aan de Waterberg, dicht bij de
Rotterdamsche vacantie-kolonie, ten Noorden van den Schelmschen weg beschikbaar te
stellen. Op de vergadering gaven velen door hunne opkomst blijk van hunne belang-
stelling in het plan. De vertegenwoordiger van de Landbouwschool te Wageningen wees
op het nut van dit museum voor deze inrichting en de voorzitter van den Nederl.
Oudheidk. Bond getuigde van de algemeene sympathie, waarmede het plan onder des-
kundigen was begroet, mits men zich onthield van het onttrekken van voorwerpen aan
plaatsen, waar die nog goed bewaard werden en beter tot hun recht kwamen dan zelfs
in dit museum mogelijk zoude zijn.

Museumplannen te Deventer. — Een aantal ingezetenen, uitmakende een voorloopig
comité om, in plaats van het bestaande kabinet van zeldzaamheden, een Deventer waardig
museum te stichten, hebben een adres aan den Raad gericht, waarin zij verzoeken, hun
voor dit doel het vrijkomend Waaggebouw, het bekende vroegere stadhuis, onder nader
te stellen voorwaarden af te staan.

In een bij het adres gevoegde memorie van toelichting wordt er op gewezen, hoe
reeds in vele plaatsen in Nederland aan de uit vroeger eeuwen bewaard gebleven voor-

54
loading ...