Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 5.1912

Page: 132
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1912/0144
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
er aanleiding toe gaf, kunnen lezen. Ik kan daarnaar dus verwijzen. Hier zij alleen met
leedwezen vermeld, dat onze pogingen ten slotte faalden.

Over onze Commissies kan ik weinig nieuws mededeelen. Hare werkzaamheden
vorderen geregeld, maar hare rapporten zijn nog niet spoedig te verwachten. Slechts van
die voor de gebouwen der O. en W. Indische Compagnieën is de inlevering nog in 1912
mij in uitzicht gesteld.

Op onze uitgave van een »Repertorium van Tijdschriftartikelen betreffende Ned.
Monumenten van Geschiedenis en Kunst”, verscheen ook in 1911 een supplement over
1910, op even voortreffelijke wijze als het geheel bewerkt door den heer A. A. van Rijnbach.

Van ons Bulletin verscheen in dit j aar het gewone zestal afleveringen. In de Redactie,
die overigens dezelfde leden : de heeren Beets, Martin en Vogelsang, tellen bleef, had in
plaats van den heer Overvoorde voor het Bestuur de heer van Gelder zitting, tot dat,
met den nieuwen jaargang, de eerste zijn plaats weder kon innemen. Er verschenen sedert
de vorige jaarvergadering artikelen over onderwerpen op bijna elk gebied onzer werkzaamheid
en van een groeiend aantal medewerkers, en zooals gewoonlijk werd weder onze jaar-
vergadering en hetgeen wij daarna zien en genieten zullen door eenige aan Leeuwarden en
zijn omgeving gewijde ruim geïllustreerde artikelen voorbereid: mej. Visscher en Mr. Boeles
waren zoo goed hun zeer gewaardeerde medewerking daarvoor te verleenen.

De Redactie kan tevreden zijn over den gang van zaken, en zij is het. Maar men
bedenke: de royaal gehouden uitgave kost aan den Bond veel geld. Wil men daarmede
op den bestaanden voet blijven doorgaan, dan is uitbreiding van het lezertal zeer gewenscht.
Belangstelling wekken voor ons doel en werk zij dus ook daarom de, hopen wij, gaarne
aanvaarde taak van elk onzer leden!

De Secretaris,

H. E. VAN GELDER.

AANWINSTEN NEDERLANDSCH MUSEUM VOOR GESCHIEDENIS EN KUNST.

Twee belangrijke voorbeelden van Italiaansche plastiek uit de 15de eeuw zijn onlangs
in de verzameling gekomen : een marmeren kop van Johannes den Dooper en een bronzen
figuur van de Fortuin. Deze laatste als geschenk van eenige vrienden van het Neder-
landsch Museum.

De marmeren kop is als fragment te beschouwen van een volledig beeld op °U der
natuurlijke grootte. Een klein tipje van den neus is met gips gerestaureerd. Dat de haren
aan het achterhoofd onvoltooid zijn gelaten en dat daar ter plaatse een ijzeren dook is
ingelaten, wijst er op, dat het beeld in een nis heeft gestaan.

Men kan het zeker niet genoeg betreuren, dat een zeer belangrijk werk gemutileerd
is geworden; wij Nederlanders kunnen ons echter troosten met de overweging, dat, ware
dit niet het geval, het monument zeker nooit in het museum zou zijn gekomen en het
publiek niet in staat zou zijn het inzicht in eene zoo voorname kunstuiting, als die welke

132
loading ...