Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 5.1912

Page: 129
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1912/0141
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
Willen de pogingen van den Bond op dit gebied van invloed zijn, dan is, meer
dan nu, samenwerking tusschen alle belangstellenden, en in de eerste plaats van leden
en correspondeerende leden van den Bond vereischt, van wie een krachtiger medeleven
mag verwacht worden, dan thans reeds tot uiting komt. Het moest onmogelijk zijn, dat,
gelijk nu nog wel gebeurt, het bestuur eerst door berichten in de pers opmerkzaam
gemaakt wordt op dreigende gevaren, niettegenstaande verschillende correspondeerende leden
nabij het bedreigde bouwwerk gevestigd zijn. Alleen toch door tijdig bericht te ontvangen
is het dikwijls mogelijk om den omvang van het gevaar te kennen en die maatregelen
te nemen, die onder de gegeven omstandigheden kunnen strekken tot het afwenden of
beperken hiervan.

Een belangrijke gebeurtenis op monumentengebied bracht het verschijnen van het
eerste deel van de wetenschappelijke beschrijving der monumenten. Moge deze eersteling
met niet al te lange tusschenpoozen door vele andere deelen gevolgd worden. Een woord
van erkentelijkheid zij hier gebracht aan de Regeering, die een royale uitvoering van het
werk mogelijk maakte, en aan den samensteller van dit deel, den Heer Dr. Jan Kalf,
secretaris van de Rijkscommissie voor de monumenten.

Ten slotte past mij hier een woord van hulde aan onze gastheeren, de voogden
van het Popta-gasthuis, die ons hunne keurig mgerichte zaal ter beschikking stelden, en
aan de leden van de Commissie van ontvangst, die voor deze bijeenkomst een plan ont-
wierpen, vol afwisseling en vol bezienswaardigheden, dat voor ons het bezoek aan het
Noorden onvergetelijk belooft te maken.

JAARVERSLAG 1911/12,

UITGEBRACHT DOOR DEN SECRETARIS VAN DEN NED. OUDHEIDK. BOND
OP DE JAARVERGADERING, 4 JULI 1912.

Dames en Heeren,

Er vallen na het openingswoord van den Voorzitter nog slechts feitelijke mede-
deelingen te doen, die u een denkbeeld mogen geven van hetgeen in het achter ons
liggende jaar door den Oudheidkundigen Bond verricht is voor de verschillende belangen,
volgens onze Statuten aan zijn zorgen toevertrouwd. Ook en allereerst hoe het den Bond
zelf vergaan is.

In het Bestuur kwam weinig verandering. De vorige jaarvergadering herkoos de
aftredende leden Overvoorde, Van Riemsdijk en Van Gelder, herkoos uit het Bestuur tot
Voorzitter den heer Vogelsang, die deze benoeming echter slechts tot de wintervergadering
aannemen wilde. Op deze, gehouden op 5 Maart, werd in zijn plaats tot Voorzitter
Mr. Overvoorde benoemd. De overige functiën bleven op dezelfde wijze verdeeld.

Het aantal gewone leden verminderde met 2 tengevolge van het bedanken van

129
loading ...