Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 5.1912

Page: 16
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1912/0028
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
15 [16]. [Alleen] Slechts daar, waar plaatselijke geschiedkundige eigenaardigheden aan-
leiding geven tot het oprichten van plaatselijke oudheidkamers, die den stempel dezer
eigenaardigheid dragen, is de oprichting van zulke oudheidkamers gewenscht. [zij verrichten
daar eene taak en dragen bij tot de ontwikkeling van kunstzin en historischen zin].

N.B. De oprichting van dergelijke oudheidkamers op andere plaatsen schijnt niet aan te
bevelen, tenzij het zeer afgelegene en moeilijk bereikbare districten geldt. Immers de op-
richting van oudheidkamers in kleine plaatsen, die den gezonden groei van een gewestelijk
museum belemmert, is altijd min of meer gevaarlijk, omdat deze kamers daar gewoonlijk
afhankelijk zijn van het leven van één of zéér enkele personen.

16 [17]. De plaatselijke en gewestelijke musea treden in onderling overleg [verstaan
zich met de gewestehjke musea] over de afbakening hunner taak, bepaaldelijk over de be-
grenzing van hun ressort.

N.B. Indien de gewestelijke musea voorwerpen van plaatselijk belang verkregen hebben
van gemeenten, waar sedert den afstand dier voorwerpen plaatselijke musea zijn opgericht,
die even groote waarborgen leveren van duurzaamheid van bestaan en van goed beheer,
is het wenschelijk deze voorwerpen terug te geven. Het schijnt echter gewenscht dit onder-
werp te behandelen in verband met de verhouding van rijks- en plaatselijke musea.

17 [18]. Er zij, zoo mogelijk, niet meer dan één plaatselijk museum in dezelfde
plaats; waar er meer bestaan, streve men naar vereeniging.

N.B. De verdeeling over verschillende musea leidt tot versnippering van krachten, tot
dubbele uitgaven voor beheer, bewaking en schoonhouden; het is onmogelijk voor ver-
schillende kleine musea te doen, wat mogelijk is voor één groot museum. De vereeniging
in één museum leidt daarentegen tot verhooging van het belang der collectie, verbetering
van het beheer, vermindering van onkosten en vermeerdering van bezoek; men kan dan
verkrijgen een behoorlijk bezoldigden en wetenschappelijk gevormden directeur, voortdurende
openstelling, voldoend belang der verzameling, vermeerdering van hulpmiddelen en meer
ruimte voor tijdelijke tentoonstellingen, voordrachten enz. — Een van de leden der Commissie
verklaarde zich echter beslist tegen dergelijke centralisatie.

AANWINSTEN NEDERL. MUSEUM VOOR GESCHIEDENIS EN KUNST.

Herhaaldelijk werd het door mij uitgesproken, wie thans eene beteekenisvolle
kategorie van kunstnijverheid, door eene serie van voorwerpen, in zijne verzameling wil
laten vertegenwoordigen, zal zich meestal met exemplaren van meer bescheiden aanzien
moeten tevreden stellen. Dit is niet altijd een nadeel. Op het gebied der meubelkunst
strekt zekere soberheid dikwijls tot aanbeveling. De beste makers hebben veelal het
meeste talent getoond in hunne eenvoudige uitingen. Maar van den anderen kant zou
een algeheel gebrek aan rijkere vormen in eene verzameling tot verkeerde opvatting kunnen
leiden van een tijd en van een stijl welke men wil laten kennen.

16
loading ...