Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 5.1912

Page: 88
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1912/0100
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
DE TERP TE FERWERD.

Nu in verband met de te Leeuwarden te houden algemeene vergadering van den
Ned. Oudheidkundigen Bond ook een uitstapje naar de terp te Ferwerd op het programma
is gesteld, kan het o. i. van nut zijn enkele voorloopige mededeelingen te doen betreffende
deze zeer groote terp die sedert het voorjaar van 1908 wordt afgegraven.

Ferwerd ligt ongeveer 18 kilometer ten noorden van Leeuwarden en is ge-
makkelijk per lokaalspoor te bereiken. Tiet station ligt in de onmiddelijke nabijheid der
terp of liever van het complex van terpen. Dezelfde menschen die Hoogebeintum, dat
er twintig minuten gaans van verwijderd is, hebben afgegraven, zijn nu werkzaam te
Ferwerd en zoo bestond er voor het Friesch Genootschap gereede aanleiding om het in
1905 te Hoogebeintum, voor het eerst, in praktijk gebrachte toezicht bij het afgraven
eener terp, hier voort te zetten. Het toeval wilde zelfs dat de heer J. P. Wiersma,
ondervoorzitter van de Friesche Maatschappij van landbouw, die ook eenige jaren te
Hoogebeintum toezicht hield, te Ferwerd woonde, op de glooiing der terp. Na zijne
verhuizing naar Leeuwarden is hij met deze, met liefde en groote nauwgezetheid vervulde
taak, tegen eenig honorarium, tot heden belast gebleven.

De volledige zekerheid, de fijne waarneming van het inwendige eener terp, die
eene geheel systematische afgraving onder voortdurend toezicht van deskundigen geeft,
wordt op deze wijze natuurlijk niet steeds bereikt. Toch maakt de stadige samenwerking
van inspecteur en gravers, onder leiding van het Friesch Museum, het materiaal uit
Hoogebeintum en Ferwerd zeer bruikbaar.

De volledige, systematische afgraving zoude de finantieele krachten van het Genoot-
schap verre te boven gaan en eischt de medewerking van verschillende deskundigen. Een
voornaam resultaat van het meer eenvoudige toezicht is wel dat men met zekerheid kan
nagaan welke typen van oudheden, en in welke hoeveelheden, er in de terp voorkomen
en waar ze gevonden zijn. Belangrijke scherven gaan hier niet verloren en daar de
vindplaatsen geregeld op een plattegrond worden genoteerd, is ook vast te stellen welke
gedeelten van de terp het oudste zijn; terwijl ook goede gegevens voorhanden zijn
betreffende den ouderdom der verschillende lagen. Of iets onder, in of boven de
mestlaag gevonden is — indien ter plaatse ten minste een mestlaag voorkomt, — wordt
ook zoo goed mogelijk naast de absolute hoogte genoteerd, al is dat een eenigszins
subjectief werk. Immers de mestlagen zijn niet altijd gemakkelijk te onderscheiden van
andere donkere lagen, dikwijls ook wisselen klei- en mestlagen elkaar buitengewoon
grillig af.

Een voorbeeld van den vooruitgang in kennis sedert dit toezicht levert b. v. het
terra-sigillata. Eerst Hoogebeintum en Ferwerd hebben doen zien in welke hoeveelheid
dit bekende roode Romeinsche vaatwerk bij de eenvoudige terpbewoners werd geïmporteerd.
Vóór Hoogebeintum waren er uit geheel Friesland slechts 46 fragmenten van dit vaatwerk
bekend. Uit de Groninger terpen was er in het Groningsch museum zelfs geen enkel
loading ...