Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 5.1912

Page: 117
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1912/0129
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile


KORTE MEDEDEELINGEN.

c

Wet tot behoud van monumenten. — Als bewijs van het in steeds ruimer kring
doordringen van het bewustzijn van de noodzakelijkheid eener wettelijke regeling tot
bescherming der monumenten laten wij hier achter volgen de hier op betrekking hebbende,
door Mr. W. J. van Balen op 5 Juni te Leiden verdedigde stellingen ter verkrijging van
den graad van doctor in de rechtswetenschap:

17. Zonder wettelijken dwang is het onmogelijk, de gemeenschap te beschermen
tegen vernietiging of verminking van uit historisch of architectonisch oogpunt belangrijke
oude gebouwen.

18. De Grondwet zoowel als de Onteigeningswet vormen geen beletsel om ook
bouwwerken van historische of architectonische waarde te begrijpen onder de zaken, welke
ten algemeenen nutte kunnen worden onteigend.

19. Het doel, waarmede een zoodanige onteigening zou plaats vinden, brengt mede
de noodzakelijkheid van een verbod om van het oogenblik dat de onteigening aangevraagd
is, het betrokken gebouw af te breken of aan eenige verandering te onderwerpen.

20. Wil een zoodanige onteigening voor een practische toepassing vatbaar zijn,
dan moet de te volgen procedure eenvoudiger, althans korter, dan de gewone onteigenings-
procedure zijn.

21. Onteigening van historisch of architectonisch belangrijke bouwwerken behoort,
in overeenstemming met het karakter der onteigening, alleen toegepast te worden in die
gevallen, waarin andere middelen tot behoud falen, of wanneer de vrees gewettigd is, dat
de eigenaar niet te goeder trouw wil medewerken tot het instandhouden van het bouwwerk.

22. Wanneer ten algemeenen nutte eenig bouwwerk van historische of architectonische
waarde wordt onteigend, moet de nieuwe eigenaar kunnen zijn een particulier of een ver-
eeniging, maar ook een gemeente of de staat of eenig ander publiekrechtelijk lichaam.

2). Het is niet in strijd met de Grondwet, wanneer de wetgever den eigendom
van bepaald aangewezen historisch of architectonisch belangrijke gebouwen aan zekere
beperkingen, met het karakter van zakelijke rechten, onderwerpt.

Als zoodanige beperkingen kan men zich denken o. a. een verbod om het bouwwerk
af te breken, te verbouwen of eenige verandering te doen ondergaan zonder verlof van
een te benoemen deskundige commissie. Of een verplichting tot het verrichten van her-
stellingen of wijzigingen, waarvan de kosten geheel of ten deele ten laste van het Rijk
kunnen komen, en welke handelingen in geval van nalatigheid des eigenaars van Rijkswege
verricht kunnen worden.

De vereeniging »Crabeth”. — Deze vereeniging, die zich ten doel stelt de instand-
houding van oude geschilderde glazen in Nederland, hield den 13en Juni hare jaarlijksche
algemeene vergadering te Haarlem. De voorzitter R. L. Martens wijdde in zijn openings-
woord eenige gevoelvolle woorden aan de nagedachtenis van den overleden voorzitter

117
loading ...