Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 5.1912

Page: 217
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1912/0229
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
De ingang in de Juffrouw Idastraat klopt dan ook met de oude beschrijving, terwijl de
ingang in de Nobelstraat zich in ons huis, zijnde het tweede huis oostwaarts van het
Venduhuis, bevond.

Op 1 Mei 1719 verzocht Gerard de Vries, lasthebbende van Cornelis Jacques
Dedel, het kerkgebouw, hetwelk aan laatstgenoemde toebehoorde en op bevel van het
Hof in 1718 was gesloten, weder te ontsluiten. Het Hof beschikte hierop gunstig, onder
voorwaarde, dat er geen ander gebruik van gemaakt zou worden, dan volgens de placaten
van den lande geoorloofd was.

Den 6de Februari 1772 heeft de Pastoor Willem van Wichem het gebouw aan de stad
’s-Gravenhage verkocht voor de som van ƒ 13.000. Deze liet het verbouwen tot Collegium
Chirurgicum et Theatrum Anatomicum.

Niet langer dan 34 jaar mocht de Heelkundige Confrérie zich in het bezit van
deze lokaliteit verheugen. Bij de staatsomwenteling in 1795 moest het gilde zijn lokaal
en verdere eigendommen ter beschikking van het Stedelijk Bestuur stellen. Het bleef
echter tot 1854 in gebruik bij de Plaatselijke Commissie van Geneeskundig Toezicht. Toen
werd het ingericht tot een school voor minvermogenden, welke in lateren tijd is afgebroken
om plaats te maken voor de uitbreiding van het er naast gelegen Venduhuis.

J. VAN BREEN.

■ .. . IIB -= ' '' —--■

BOEKBESPREKINGEN.

MERKEN VAN AMSTERDAMSCHE GOUD- EN ZILVERSMEDEN, door Elias Voet Jr..

’s-Gravenhage, Martinus Nijhoff, 1912.

Dit boek zal niet alleen den kunsthistoricus, maar ook den liefhebber van oud
goud- en zilverwerk eene hoogst welkome verschijning zijn. Door een geduldig, onver-
moeid speuren is de samensteller er in geslaagd de gegevens voor eene juiste dateering
van voorwerpen, welke wij tot dusver slechts in geringe mate bezaten, aanzienlijk te ver-
meerderen, voor zoover dit het oude Amsterdamsche fabrikaat betreft.

De inleiding verklaart de beteekenis der merken, welke men meestal op oude
voorwerpen van goud of zilver vindt ingeslagen, namelijk de persoonlijke merken : meester-
teekens en kashoudersmerken, de gildeteekens: plaatselijke-, jaar- en gehalte-merken en,
ten derde, de herkennings- en belastingteekens.

Voor het dateeren van oude zilverwerken zijn de jaar- en gehaltemerken het meest
van belang. Zij wezen aan, dat het gehalte van het zilver aan de wettelijke voorschriften
voldeed. De ambtenaar, die het onderzoek moest instellen en voor de deugdelijkheid
aansprakelijk bleef, was verplicht er een bepaald stempel in te slaan, en wel, volgens eene
ordonnantie van 1503, een letter van het alphabet. De overlieden van het gild hielden,
ter controle, in een register, naast de namen der jaarlijksche functionarissen, aanteekening
van de gebruikte jaarletters.

217
loading ...