Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 1.1908

Page: 5
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1908/0019
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
onbekende voorganger, die reeds lang op het kerkhof ligt, de schuld dragen, die hij op
zich geladen heeft.

Maar moge het een blijvende waarschuwing zijn om nooit deze Vermeer, noch
die van Van der Hoop x) van zijn vernis te ontdoen. Een wrak op land is een baak in zee.

J. SIX.

H .=.- 19 1--- ' -.—. — 9

’S RIJKS AANKOOP UIT DE SIX-COLLECTIE.

De kwestie van »het Melkmeisje” is opgelost. Tweede en Eerste Kamer hebben de
voorstellen van minister Rink tot aankoop van negenendertig schilderijen der verzameling-Six
aangenomen en nu hangen de aldus voor ons Rijksmuseum verworven schilderijen daar
grootendeels in een der kabinetten bijeen, enkele in andere zalen.

Door dezen aankoop hebben al die schilderijen hun handelswaarde verloren en kan
men ze dus zonder mercantiele overweging van welken aard ook beschouwen. De over-
weging der zich onwillekeurig opdringende vraag, of al die 39 stukken werkelijk aanwinsten
voor het Rijksmuseum mogen heeten, is minder gemakkelijk te vermijden. Zeer zeker
hadden eenige der schilderijen, b.v. de Lingelbach, de Pynacker, de Moreelse en de
Hondecoeter, hoe belangrijk de laatste ook als werk van den meester mag zijn, niet door
het Rijk behoeven te worden aangekocht.

Maar, wij kennen de voorwaarden van aankoop en weten, dat daar niets aan te
doen was, dat het Rijk, wilde het kooper worden, in dit opzicht een offer moest brengen.
Maar juist daardoor heeft deze aankoop te meer nog het karakter gekregen van een »daad”
(zooals de Heer de Stuers het in de Kamer noemde), waardoor Vermeer’s wonder meester-
werk voor ons land is behouden, met verscheiden andere schilderijen, die ieder rechtgeaard
liefhebber niet dan met leede oogen naar het buitenland zou hebben zien gaan. Ik heb
hier vooral het oog op de »schaatsenrijders” van Adriaen van Ostade, op den Judith Leyster,
den Metsu, den Berchem, den Wouwerman, den Adriaen van de Velde, den Rachel Ruysch
en den Jacob Ruisdael, alle stukken van opmerkelijke en zeer bijzondere kwaliteiten, over
wier bezit wij ons oprecht mogen verheugen.

Zoo hangt dan Vermeer’s Keukenmeid niet — gelijk wij, onder den indruk van alle
geschrijf erover, eenigszins vreesden — te midden van niets dan minderwaardige stukken,
maar heeft ze thans onder haar omgeving ook verscheiden kunstwerken van beteekenis. Hoe

1) Ook hier speelt de gekleurde vernis blijkbaar een rol, maar schijnt toch voornamelijk de
oorspronkelijke opzet van dit uiterst teere stukje, zoo buitengewoon gevoelig geschilderd, gewijzigd te
zijn, door dat het karmijn uit het kopje verdween, waardoor het haarlint, als papillot gebruikt, er
thans tamelijk wel in vast zit. Ik kan er nog niet achter komen of ook de rok oorspronkelijk rose-
achtig of altijd van grijs satijn is geweest.

5
loading ...